Vergroeiing van de grote teen (hallux valgus)

Wat is hallux valgus?
Onderzoek
Oorzaken
Gevolgen
Behandeling zonder operatie
Opereren
Operatietechnieken
Verdoving bij de operatie
Voorbereiden op de operatie
Mogelijke risico’s en complicaties
Hallux valgus aan beide voeten
Nabehandeling en herstel
Contact opnemen met de arts
Aanvullende behandeling
Nieuwe klachten
Het resultaat
Heeft u nog vragen?
Colofon

Wat is hallux valgus?
Bij hallux valgus staat de grote teen scheef, richting de andere tenen. Daardoor ontstaat aan de zijkant van de voet een knobbel. Deze knobbel heet ook wel knok of bunion. De huid die eroverheen zit, kan rood en gevoelig zijn. Het dragen van schoenen - en soms ook het lopen zonder schoenen - is pijnlijk. Bij ernstige hallux valgus kan de voet ook gevoelig zijn in rust.

Bij hallux valgus buigt de grote teen naar de tweede teen toe en kan er zelfs onder of boven komen te staan. Door eeltvorming kan de huid onder uw voet dikker en gevoeliger worden. De druk van de grote teen kan de tweede teen van zijn plaats duwen. Soms ligt hij zelfs over de derde teen heen. Bij zo’n ernstige vergroeiing ziet de voet er misvormd uit. Lopen kan dan moeilijker zijn. Net als het dragen van schoenen.

Onderzoek
Uw huisarts vraagt u naar uw klachten en ervaringen. Neem de schoenen die u graag draagt (of die u niet meer aan kunt door de pijn) mee naar het spreekuur. Uw huisarts onderzoekt uw voet en enkel en vraagt u een stukje te lopen. Hij kijkt naar de stand van de voet, de stand van de grote teen, de stand van de andere tenen en naar eventuele verdikkingen of huidproblemen. De huisarts zal de beweeglijkheid van uw teen testen en u vertelt wat u voelt. Zo kan hij vaststellen of er eventueel sprake is van artrose in het gewricht van de grote teen (kraakbeenslijtage). De huisarts onderzoekt ook hoe soepel de gewrichten in uw voet zijn. Misschien is er te veel of juist te weinig beweeglijkheid tussen de middenvoetsbeentjes en de teenkootjes.

Een röntgenfoto of echo is niet nodig. De eerste behandeling van hallux valgus is meestal zonder operatie (conservatief). Als dat onvoldoende helpt, overlegt uw huisarts met u over een verwijzing naar de orthopedisch chirurg en over de voor- en nadelen van een eventuele operatie. Volgt een verwijzing, dan heeft de orthopedisch chirurg meestal röntgenfoto’s nodig om te bepalen of een operatie nodig is.

Oorzaken 
Over de oorzaak van hallux valgus is nog weinig bekend. Het volgende kan een rol spelen:

  • Aanleg
  • Reumatische aandoeningen, artrose of ontstekingen in de gewrichtjes tussen de middenvoetsbeentjes- en/of teenkootjes
  • Te veel of te weinig beweeglijkheid in het gewricht tussen de grote teen en de middenvoet.

Het is niet zeker of hallux valgus ook kan ontstaan door het dragen van te krappe schoenen.

Gevolgen 
Als uw voet pijnlijk is, loopt u misschien net even anders dan normaal. Bijvoorbeeld: u steunt minder op uw voet of u wikkelt uw voet anders af. Daardoor kunt u ook andere klachten krijgen.

Behandeling zonder operatie
Hallux valgus is goed te behandelen zonder operatie (conservatief). De basis van elke behandeling is een goed schoenadvies. Hierover maakte Thuisarts.nl een filmpje.

We zetten op een rijtje welke andere behandelingen er zijn zonder operatie. Niet elke behandeling is voor iedereen geschikt. Uw behandelaar bespreekt dit met u. Dat kan zijn een huisarts, fysiotherapeut, podotherapeut of registerpodoloog. 

Heeft de hallux valgus te maken met de breedte en/of hakhoogte van uw schoenen?
Dan kunnen schoenaanpassingen van gewone schoenen of (semi)orthopedische schoenen helpen.

Is de hallux valgus het gevolg van iets anders? Zijn de spieren in uw voet bijvoorbeeld te strak of juist te slap?
Dan kunnen speciale zooltjes (deze heten: supplementen of voetorthesen) helpen tegen de pijn. Ook schoenaanpassingen zijn mogelijk. Speciale training voor uw voetspieren en oefeningen voor uw houding kunnen ook helpen om de klachten te verminderen.

Is de beweging in uw enkel beperkt?
Dan kan fysiotherapie of manuele therapie helpen die beweeglijkheid te vergroten. Een aanpassing in uw schoen(en) ondersteunt die behandeling. Daardoor kunt u uw voet(en) beter gebruiken en dat kan de klachten verminderen.

Heeft u huidklachten tussen uw tenen?
Er zijn zogenoemde teenspreiders. Ze houden uw tenen uit elkaar, waardoor uw huid kan herstellen. Orthesen (speciale zooltjes) kunnen hetzelfde effect hebben.

In alle situaties kan de behandelaar het gewricht tussen de teen en de middenvoet mobiliseren. Dat betekent dat niet u maar de behandelaar uw voet beweegt. Dit kan de pijn verminderen en de bewegelijkheid in dat gewricht verbeteren.

Nachtspalken en tape om de teen in de juiste stand te brengen geven meestal geen blijvende verbetering. Dit heeft daarom niet de voorkeur.

Opereren
Uw huisarts verwijst u naar de orthopedisch chirurg als:

  • De behandeling zonder operatie niet voldoende helpt
  • U ook klachten heeft in het middenvoet/teengewricht naast uw grote teen
  • U ook andere klachten heeft doordat u anders beweegt
  • Het kraakbeen in de grote teen waarschijnlijk versleten is (artrose)

Als blijkt dat de hallux valgus samengaat met (beginnende) artrose (slijtage), dan is dat een reden om eerder te opereren. Is er geen artrose, dan probeert u eerst andere behandelmogelijkheden en schoenaanpassingen. Een hallux valgus-operatie is namelijk geen lichte ingreep. Tijdens een operatie verandert de stand van bot, pezen en spieren, zodat de grote teen weer goed staat. Net als bij iedere operatie zijn er risico’s. Ook kunt u rekenen op een herstelperiode van in totaal 1 jaar.

Uw orthopedisch chirurg bespreekt met u wat de gevolgen van een operatie voor u zijn als u:

  • Reumatoïde artritis heeft
  • Diabetes mellitus (suikerziekte) heeft
  • Er problemen zijn met de zenuwen in uw voet (dit heet neuropathische voet)
  • Er problemen zijn met de bloedvaten in uw voet (dit heet vaatpathologie)


Operatie-technieken 

Er zijn verschillende operatie-technieken voor hallux valgus. Bij de meeste technieken zaagt de orthopedisch chirurg het eerste middenvoetsbeentje door om het daarna te verschuiven. Of de orthopedisch chirurg zet het teengewricht in een rechtere stand vast. Welke techniek of combinatie van technieken voor u het beste is, bespreekt de orthopeed met u. De keuze is afhankelijk van de ernst van de hallux valgus en heeft ook te maken met uw hele voet. Ondanks wetenschappelijk onderzoek is nog niet duidelijk welke technieken het beste zijn.

Dit zijn de namen van de meest gebruikte technieken: de Chevron-, Scarf-, Akin- of Lapidus-techniek, proximale osteotomie, MPT I-artrodese. Er zijn technieken in ontwikkeling waarbij de operatiewond zo klein mogelijk is. Zo’n methode heet minimaal invasieve techniek

Verdoving bij de operatie
Uw orthopedisch chirurg en de anesthesist bespreken met u welke verdoving mogelijk is. De mogelijkheden zijn: een zenuwblokkade, een ruggenprik of een algehele narcose. Of een combinaties hiervan.

Voorbereiden op de operatie
Als u geopereerd wordt, krijgt u van het ziekenhuis of de kliniek informatie over de opname. Dit kan per ziekenhuis of kliniek verschillen, maar het gaat om informatie over:

1. De operatie

  • Met het ziekenhuis/de kliniek bespreekt u wanneer de operatie plaatsvindt.
  • Over het algemeen is het een dagopname. U gaat een paar uur na de operatie weer naar huis.

2. De voorbereiding

  • U hoort wanneer u zich melden moet en waar, welke gegevens u mee moet nemen, met wie en wanneer u overlegt over de verdoving.
  • Bespreek ook met uw arts wat u nu al kunt regelen zodat uw herstel straks goed verloopt. Bijvoorbeeld: krukken bestellen, thuis voorbereidingen treffen. Een stoel in de douche bijvoorbeeld en een schoen die de voorvoet ontlast. Kunt u traplopen voorkomen? Is er iemand die u helpt bij uw dagelijkse activiteiten, zoals boodschappen en schoonmaken?
  • Als u rookt, is het aan te raden in ieder geval tijdelijk te stoppen. Het liefst minimaal 4 weken vóór de operatie tot 4 weken ná de operatie. Roken heeft namelijk een nadelig effect op het herstel na de operatie. Wilt u (tijdelijk) stoppen en begeleiding daarbij? Overleg dit met uw orthopedisch chirurg.
  • Onze voeten dragen ons hele lichaam. Als u overgewicht heeft, wilt u misschien afvallen. Wilt u hierbij begeleiding, overleg dat dan met uw orthopedisch chirurg.
  • Zijn er nog zaken die u moet regelen voor uw zorgverzekering? Bekijk uw polisvoorwaarden, of neem contact op met uw zorgverzekeraar.

Risico’s en complicaties
Een operatie brengt altijd risico’s met zich mee en er is altijd kans op complicaties. Bij hallux valgus bestaat de kans op:

  • (pijnlijke) stijfheid in het gewricht van de grote teen
  • wondinfectie
  • als bij de ingreep schroefjes worden geplaatst, kunnen die irritatie geven. Bijvoorbeeld als een rand van een schoen erop drukt.
  • het terugkeren van de grote teen in de oude stand 
  • langdurige zwelling of pijn
  • trombose
  • zenuwbeschadiging
  • nabloeding
  • pijnlijk litteken
  • slijtage van het gewricht van de grote teen
  • stoornis in de doorbloeding van het middenvoetsbeentje waardoor een stukje bot kan afsterven (botnecrose)
  • hallux varus: dit is het tegenovergestelde van hallux valgus. Bij hallux varus wijst de grote teen te ver van de tweede teen vandaan.


Hallux valgus aan beide voeten

Heeft u hallux valgus aan beide voeten en is een operatie nodig? Dan kunt u met uw orthopedisch chirurg de mogelijkheid bespreken om twee voeten tegelijk te opereren. Dat is afhankelijk van uw wens en van de gebruikte operatietechniek.

Nabehandeling en herstel
Of het allemaal goed gaat, merkt u zelf het beste. Kunt u weer gewoon lopen? Is uw voet nog gevoelig, of heeft u nog pijn? Daarnaast laten röntgenfoto’s zien hoe het herstel gaat. Tijdens of direct na de operatie wordt een röntgenfoto van uw voet gemaakt, zonder dat u erop staat. 6 Tot 8 weken na de operatie volgt een röntgenfoto waarbij u op uw voet staat. Als blijkt dat het bot nog niet genoeg hersteld is, of als u nog klachten heeft, dan volgt na 6 weken tot 3 maanden een derde röntgenfoto.

In de periode dat uw voet geneest, is uw voet gevoelig. Sommige mensen vinden dat het meevalt, maar veel mensen hebben meer pijn dan ze hadden verwacht. Tijdens het herstel kunt u pijnstillers gebruiken. Uw orthopedisch chirurg geeft u hierover advies en vertelt u wie uw contactpersoon is als u vragen heeft. Het is belangrijk dat u naar uw lichaam luistert: herstel vraagt nu eenmaal tijd.

De nabehandeling is voor een groot deel afhankelijk van de behandeling die u ondergaat. Het verschilt per persoon, maar gaat ongeveer zo:

Direct na de operatie
De eerste 2 tot 14 dagen na de operatie krijgt u een drukverband of gips. De keuze is afhankelijk van uw persoonlijke omstandigheden en van de operatietechniek. Bij sommige technieken mag u de voet nog niet direct belasten. Bij andere technieken mag u de voet belasten met gebruik van een loophulpmiddel zoals de achtervoetloopschoen. Deze schoen zorgt ervoor dat u minder druk heeft op uw voorvoet en uw grote teen. De voet is meestal dik en pijnlijk. Dit kan duren tot 2-3 maanden na de operatie.

Kort na de operatie
Na 3-14 dagen heeft u de eerste controle. Deze afspraak is met de orthopedisch chirurg of met de gipsverbandmeester. Als direct na de operatie nog geen röntgenfoto is gemaakt, gebeurt dat nu. Als de hechtingen niet oplosbaar zijn, worden ze nu verwijderd.

Afhankelijk van uw persoonlijke omstandigheden en de operatietechniek krijgt u een verband, (afneembaar) voorvoetgips (een zogenaamde spica) en een achtervoetloopschoen of een gipsschoen.

Als u een afneembaar voorvoetgips krijgt, kunt u na 2 weken uw voet weer voorzichtig belasten, met of zonder krukken of looprek. Wordt de pijn erger of ontstaat er zwelling, dan doet u het rustiger aan.

4 weken na de operatie
Als u zittend werk heeft, kunt u dit in het algemeen na 4 weken weer oppakken.

6 tot 8 weken na de operatie
Dan vindt de tweede controle plaats. Er wordt weer een röntgenfoto gemaakt en het gips (en evt. de achtervoetloopschoen) wordt verwijderd. U mag nu op wijde schoenen lopen en uw grote teen volop gebruiken. Deze blijft over het algemeen 3-6 maanden stijf na de operatie. Als u staand werk heeft, kunt u dit over het algemeen nu oppakken.

12 weken na de operatie
De meeste patiënten kunnen nu weer gewone schoenen aan.

3 tot 6 maanden na de operatie
U kunt langzaam en voorzichtig gaan sporten. Voorwaarde is een volledige botgenezing.

1 jaar na de operatie
Bij de meeste mensen duurt volledig herstel een jaar. 

Contact opnemen de arts
Neem contact op met de arts als:

  • Uw teen of uw voet meer gezwollen is en/of rood is en/of als u koorts heeft. Dat kan betekenen dat de wond ontstoken is
  • U last heeft van een nabloeding
  • Een groot deel van uw been zwelt en/of zwaar aanvoelt en/of rood of blauw verkleurt. Dat kan betekenen dat u last heeft van een trombosebeen.


Aanvullende behandeling 

Meestal is er geen extra behandeling nodig. Als dat wel nodig is, verwijst uw orthopedisch chirurg u naar een fysiotherapeut, ergotherapeut, orthopedisch schoenmaker, podotherapeut of naar een registerpodoloog. Dit is bijvoorbeeld het geval als:

  • U niet zelfstandig kunt lopen
  • Het herstel goed gaat, maar u in het dagelijks leven problemen blijft houden door uw voet.
  • U anders loopt dan u gewend was.
  • U pijn houdt in het voorste deel van uw voet.
  • De stand van uw voet en/of uw tenen niet is zoals het zou moeten zijn.
  • U problemen heeft om schoenen te vinden waarmee u gemakkelijk en zonder pijn kunt lopen.


Meer informatie

www.thuisarts.nl; website van de huisartsen.

Nieuwe klachten 
Als u weer klachten krijgt of twijfelt over het herstel, dan kunt u contact opnemen met uw huisarts. Soms zal de huisarts u weer verwijzen naar de orthopedisch chirurg. Dit gebeurt als:

  • De pijn drie maanden na de operatie nog steeds aanhoudt of zelfs verergert.
  • Uw voet stijf blijft of stijver wordt.
  • De stand van de grote teen verandert.
  • Operatiemateriaal door uw huid heen voelbaar is en/of naar buiten komt.
  • U nieuwe klachten heeft aan uw voet. Soms herstelt het bot met teveel botaanmaak en dat kan klachten geven.


Het resultaat 

Het doel van de behandeling is dat u (vrijwel) geen pijn meer heeft in uw voet en dat u met en zonder schoenen weer goed kunt bewegen. Bij sommige mensen is een behandeling zonder operatie hiervoor voldoende. Bedenk u vooraf dat het niet zeker is dat u na de behandeling (zonder of met operatie) weer álles kunt doen.

Uit ervaringen van patiënten weten we dat veel mensen de operatie en het herstel onderschatten. Het herstel duurt een jaar en die periode kunt u uw behandelde voet(en) niet volledig belasten. Ook dit is een reden om eerst een behandeling zonder operatie te starten. Volgt er daarna een operatie, bespreek dan met uw orthopedisch chirurg waar u in uw situatie rekening mee moet houden (bijvoorbeeld: werk, sport en andere hobby’s, vakantie).

Heeft u nog vragen?
Als u nog vragen heeft, neem dan contact op met uw arts.

Colofon
Deze folder is gemaakt onder auspiciën van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV), in samenwerking met de Vereniging Gipsverbandmeesters Nederland (VGN), het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF), Stichting Landelijk Overkoepelend Orgaan voor de Podologie (LOOP), het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en de Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten (NVvP). Deze folder is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kan geen enkel recht worden ontleend aan de inhoud hiervan. De NOV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor onjuistheden. Wijzigingen en aanvullingen kunnen op elk moment en zonder voorafgaande aankondiging worden aangebracht. 
Alle rechten voorbehouden. Copyright © 2015, NOV, ‘s-Hertogenbosch

Bron: de multidisciplinaire evidence-based klinische richtlijn hallux valgus. Deze richtlijn is opgesteld door de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV), de Vereniging Gipsverbandmeesters Nederland (VGN), het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF), Stichting Landelijk Overkoepelend Orgaan voor de Podologie (LOOP), het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en de Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten (NVvP). U kunt deze richtlijn online inzien.

[naar boven]