De orthopedisch chirurg

Heeft u klachten over de behandeling, de bejegening door uw behandelend arts of iets anders, dan kunt u zich richten tot de Klachtencommissie van het ziekenhuis waar u onder behandeling bent.

Een gewrichtsprothese is voor veel mensen de oplossing voor hun klachten. De orthopedisch chirurgen willen graag weten of mensen tevreden zijn over hun gewrichtsprothese. Om dat te meten, zijn er vragenlijsten gemaakt. Deze vragenlijsten heten: patiënt gerapporteerde uitkomstmetingen, in het Engels Patient Reported Outcome Measures, afgekort PROMs. 

Wie een heup- knie- of schouderprothese krijgt, kan vóór de operatie en 3, 6 en 12 maanden na de operatie een vragenlijst voorgelegd krijgen. Wij hopen natuurlijk dat u daaraan meewerkt!
Meer informatie over de vragenlijsten staat in het artikel Ervaringen van patiënten zijn waardevol (magazine 2018) en de informatie op de webpagina Uw ervaring met een uitleganimatie over de vragenlijsten. 

 

Krijgt u een gewrichtsprothese? Dan is het goed om te weten dat alle operatiegegevens in een landelijk register komen. De Nederlandse orthopedie wil graag de kwaliteit van de gewrichtsprothesen en van de orthopedische zorg kunnen volgen, beoordelen en verbeteren. Daarom is er sinds 2007 de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI).

De registratie helpt om de kwaliteit van de gewrichtsprothesen en van de orthopedische zorg verder te verbeteren. Lees meer hierover op de website van de LROI en in de uitleganimatie over de LROI. Lees ook het artikel 10 jaar LROI: Database als vinger aan de pols, met tien vragen en antwoorden over de LROI. 

Overigens: in de registratie staan ook patiëntgegevens; natuurlijk gecodeerd, dus uw privacy is gegarandeerd. Alleen uw ziekenhuis kent uw gegevens. Stel dat een bepaald type prothese ernstige problemen veroorzaakt, dan kan de LROI laten zien welke ziekenhuizen deze prothesen hebben geplaatst. De LROI informeert deze ziekenhuizen en elk ziekenhuis neemt contact op met de patiënten die deze prothese hebben. 

De LROI draagt bij aan optimale orthopedische zorg voor u: nu en later. Als u niet wilt dat uw gegevens worden opgenomen in de LROI, dan kunt u dat aangeven bij uw orthopedisch chirurg.

Internationale kwaliteitsontwikkeling
De LROI draagt ook bij aan de internationale kwaliteitsontwikkeling van gewrichtsprothesen. Want alle registraties laten zich tot op zekere hoogte met elkaar vergelijken. Ondanks dat er verschillen zijn tussen landen, prothesen, operatietechnieken en behandelrichtlijnen. Er komen bovendien steeds meer en betere afspraken om de landelijke registraties vergelijkbaar te maken.

Zo kan op Europees niveau en wereldwijd samenwerking tot stand komen om de kwaliteit van gewrichtsprothesen, hun plaatsing en revalidatie te verbeteren. Daarom is de LROI aangesloten bij het Europese netwerk van implantaatregisters, de EAR (European Arthroplasty Register), en het wereldwijde netwerk van implantaatregisters ISAR (International Society Arthroplasty Registries). 

Uiteraard heeft de LROI een eigen website. Hier kunt u bijvoorbeeld de verschillende Rapportages bekijken. 


 

  • Iedere orthopedisch chirurg moet BIG-geregistreerd (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) zijn,
    en iedere orthopedisch chirurg moet geregistreerd zijn bij de Medische Specialisten Registratie Commissie van de Orde van Medisch Specialisten. Hierbij vindt elke vijf jaar herregistratie plaats.
    Criteria voor de herregistratie zijn onder andere het aantal patiëntcontacturen en het bijblijven via congressen, symposia en scholing.
     
  • Vanuit de Nederlandse Orthopaedische Vereniging worden visitaties uitgevoerd bij de vakgroepen en maatschappen in de ziekenhuizen. Tijdens deze toetsmomenten wordt de kwaliteit van handelen, de registratie van eventuele complicaties, de organisatiestructuur, jaarverslagen, de relatie met andere medisch specialisten en huisartsen, et cetera, gecontroleerd.

Het is altijd mogelijk een tweede mening (second opinion) te krijgen.
 
Als uw behandelend arts twijfelt over de diagnose en een collega om advies wil vragen, zal hij ervoor zorgen dat u zo snel mogelijk bij zijn collega terecht kunt.

Heeft u behoefte aan een tweede mening, dan kunt u zelf een afspraak maken met een tweede orthopedisch chirurg. Dit verloopt in de regel via uw huisarts.

Voor wat betreft de vergoeding: veel zorgverzekeraars vergoeden een second opinion alleen als uw behandelend arts u doorverwijst naar een collega. Als u zelf een second opinion regelt is het mogelijk dat uw zorgverzekeraar niet alles vergoedt. Informeer daarom altijd bij uw zorgverzekeraar hoe het precies zit.
Bron en meer informatie: de website van de Rijksoverheid.

Ja, in principe kunt u zelf een behandelaar kiezen.
Voor wat betreft de vergoeding is het raadzaam bij uw zorgverzekeraar na te gaan of uw verzekering restricties kent.

De orthopedisch chirurg biedt ‘zorg voor beweging’. Het gaat hierbij om het herstel van uw beweegmogelijkheden. Het behandelplan richt zich op twee zaken:

A. Pijnvermindering
Wie pijn heeft, beweegt minder. Zo simpel is het.
Heeft u minder of geen pijn, dan zult u makkelijker en meer bewegen.

B. Verminderen of herstel van bewegingsbeperking
Een klompvoetje is over het algemeen goed te behandelen, waardoor het kind er nauwelijks of geen bewegingsbeperkingen aan overhoudt.
Een ingezakte wervelkolom is niet volledig te herstellen. Wel is het mogelijk de door de pijn veroorzaakte bewegingsbeperking gedeeltelijk op te heffen, bijvoorbeeld door juist een paar wervels vast te zetten.

Kortom: veelal verbeteren de bewegingsmogelijkheden door de behandeling zelf. Vaak heeft juist de pijnvermindering tot gevolg dat u beter kunt bewegen. Zo kan het vastzetten van een gewricht u door de resulterende pijnvermindering beter en makkelijker laten bewegen, hoewel u een stijf gewricht heeft.

Als u naar de poli orthopedie gaat, dan ontmoet u bijvoorbeeld de administratief medewerker, de orthopedisch chirurg en/of de verpleegkundig specialist. Wordt u geopereerd, dan zijn in de operatiekamer (OK) onder andere de orthopedisch chirurg, de anesthesie-assistent en de operatieassistent aanwezig. Op de dag van uw ontslag uit het ziekenhuis heeft u contact met de zaalarts, de afdelingsverpleegkundige en misschien met de fysiotherapeut. Komt u na een ongeluk in het ziekenhuis, dan komt u binnen bij de spoedeisende hulp (SEH). Daar zijn de traumakamercoördinator, de SEH-verpleegkundige en de orthopedisch chirurg-traumatoloog. Moet een arm of been in het gips, dan ontmoet u in de gipskamer onder andere de gipsverbandmeester.

Lees meer over uw 'reis door het ziekenhuis' in het artikel Onderweg naar Beter in magazine Zorg voor Beweging editie 2019/2020.

Om een diagnose te stellen, kan de orthopedisch chirurg gebruikmaken van een aantal beeldvormende technieken. Hiermee kan de arts van buiten het lichaam naar binnen kijken. Dit overzicht geeft aan waarvoor de röntgenfoto, de echo, de MRI en de CT-scan geschikt zijn.
NB. Dit is een aanvulling op het artikel in Zorg voor beweging Jaarmagazine 2014.

Röntgenfoto
Echo
MRI
CT-scan

Röntgenfoto
De röntgenfoto is geschikt om te bekijken of een bot gebroken is. Zo’n foto wordt gemaakt met kortstondige elektromagnetische straling en laat in een plat vlak de botten zien. Daarom zijn vaak meer foto’s nodig om een gewricht vanuit verschillende hoeken te kunnen bekijken. In combinatie met het verhaal van de patiënt en een lichamelijk onderzoek kan de arts heel vaak op basis van de röntgenfoto’s de diagnose al stellen.

Voorbeeld:
Dit is een röntgenfoto van een linkerschouder. Aan de buitenkant van de kop van de bovenarm is een breuk zichtbaar.
(NB. Dit heet een tuberculum majus fractuur van de humerus. De ‘humerus’ is het bovenarmbot, de ‘tuberculum majus’ is de grootste van de twee knobbels die aan de kop van het bot zitten.)

Echo 
Op een echo zijn de zogenoemde ‘weke delen’ goed zichtbaar: spieren, pezen en het gewrichtskapsel. Deze techniek maakt gebruik van geluidsgolven die ‘live’ bewegend beeld laten zien. Een radioloog voert dit echo-onderzoek uit en heeft de deskundigheid om de beelden te ‘lezen’. De orthopedisch chirurg ontvangt van de radioloog een onderzoeksverslag. Soms doet de orthopedisch chirurg zelf het onderzoek om real-time informatie te krijgen, maar meestal laat hij dit over aan de radioloog.

Voorbeeld:
Deze echo-afbeeldingen laten de rechterschouder zien. Er is een spier/pees gescheurd.
(NB. Hier ziet u een ruptuur van de supraspinatus-pees. De ‘musculus supraspinatus’ is een van de schouderspieren; deze loopt van het schouderblad naar de kop van de bovenarm.)

MRI 
Voor een MRI-scan ligt de patiënt 20 tot 30 minuten in een soort tunnelbuis. In die buis worden magnetische velden opgewekt. Dit geeft een driedimensionaal beeld van vooral de weke delen, van kraakbeen en van het beenmerg. Soms wordt contrastvloeistof ingespoten om nóg nauwkeuriger te zien. Het is een relatief duur onderzoek en niet altijd noodzakelijk voor de diagnose.

Voorbeeld 1: MRI-scan van dezelfde schouder als bij de echo.

Voorbeeld 2:
Een MRI-scan van een andere schouder. De kraakbeenrand die op de schouderkom zit, is aan de voorkant afgescheurd.
(NB. Dit heet laesie van het anterieure labrum. Het ‘labrum’ is de kraakbeenrand die op de schouderkom zit. ‘Laesie’ betekent verwonding en ‘anterieur’ verwijst naar de voorzijde van het schouderkom.)

CT
Voor een nauwkeurig onderzoek van de botten kiezen artsen soms voor een CT-scan, als aanvulling op de röntgenfoto. Hiermee is het bot als het ware in ‘plakjes’ – een doorsnede – te zien. Deze techniek wordt vaak gebruikt om details goed in beeld te brengen; bijvoorbeeld bij ingewikkelde botbreuken. De stralingsbelasting bij een CT-scan is hoger dan bij een gewone röntgenfoto. Dat is niet direct schadelijk voor het lichaam, maar daarom kiest een orthopedisch chirurg alleen voor deze scan als er een heel goede reden is.

Voorbeeld:
Deze patiënt had de schouder naar achteren uit de kom. Daarbij is kop van het bovenarmbot tegen de achterste rand van de schouderkom gekomen. Het resultaat is een deuk in de kop van het bovenarmbot.
(NB. Dit heet een reversed Hill-Sachs laesie met een subluxatiestand naar dorsaal. De ‘Hill-Sachs laesie’ is de deuk in de kop van het bovenarmbot. ‘Subluxatiestand’ betekent dat de schouderkop nog steeds gedeeltelijk buiten de schouderkom zit (luxatie = volledig uit de kom) en ‘dorsaal’ geeft aan dat deze subluxatie aan de rugzijde zit.)

De orthopedisch chirurg ziet mensen met allerlei klachten van botten, spieren, pezen en/of gewrichten. Afhankelijk van de klacht en de oorzaak van de klacht stelt de orthopedisch chirurg u een behandeling voor. Dat kan zijn:

A. een conservatieve behandeling (zonder operatie).
Bijvoorbeeld: een breuk zetten en de arm of het been gipsen, schoenaanpassingen of braces aanmeten, een uit de kom geschoten schouder terugplaatsen, een klompvoetje gipsen om een operatie te voorkomen, spierversterkende oefeningen voorschrijven om de lichaamshouding te verbeteren, een tractiebehandeling om de druk in een gewricht te verminderen.

B. een operatieve behandeling.
Open operatieve ingrepen zijn bijvoorbeeld nodig bij het plaatsen of vervangen van een kunstheup of kunstknie en bij het herstellen van een door een ongeluk verbrijzelde enkel.
De mogelijkheden voor kijkoperaties worden steeds uitgebreider, waardoor de orthopedisch chirurg via kleine sneetjes bijvoorbeeld losse stukjes bot of kraakbeen verwijdert of een gescheurde pees (voorste kruisband) herstelt.

Het werkgebied van de orthopedie heeft overlap met andere medische specialisaties, zoals plastische chirurgie, heelkunde (= chirurgie) en reumatologie. Afhankelijk van het ziekenhuis kunt u bij eenzelfde klacht geholpen worden door een andere specialist. In toenemende mate is er sprake van samenwerkingsverbanden, de zogenoemde multidisciplinaire aanpak. Lees meer over uw reis door het ziekenhuis in het Artikel Onderweg naar Beter in magazine Zorg voor Beweging editie 2019/2020.

Vrijwel elk ziekenhuis heeft een website waarop vermeld staat welke orthopedisch chirurgen daar werken. Meestal staat daar ook aangegeven welke aandachtsgebieden elk van deze orthopeden heeft. 
Uw huisarts weet ook welke subspecialisaties de orthopedisch chirurgen bij u in de regio hebben. Hij adviseert u bij de verwijzing.

De klachten bestaan er meestal uit dat iemand niet meer goed kan bewegen, minder mobiel is, of pijn heeft. De behandeling is erop gericht de pijn (zoveel mogelijk) weg te nemen en de mobiliteit (zoveel mogelijk) te herstellen. Het zal niet in alle gevallen mogelijk zijn de pijn helemaal weg te nemen of iemand weer helemaal soepel te laten bewegen.

De orthopedisch chirurg werkt samen met andere specialisten om uw klachten zo goed mogelijk te verhelpen. Dit zijn specialisten op het gebied van behandeling (bijvoorbeeld de chirurg, reumatoloog, neurochirurg, plastisch chirurg of internist) en specialisten op het gebied van revalidatie (bijvoorbeeld revalidatiearts). Een fysiotherapeut helpt u zowel voor als na een orthopedische ingreep weer zo goed mogelijk te bewegen. En samen met een ergotherapeut leert u uw dagelijkse werkzaamheden weer uit te voeren. Ook werkt de orthopedisch chirurg geregeld samen met sportartsen om u adviezen te geven om sportblessures te voorkomen (preventie), maar ook in de revalidatie-fase om sporters sneller weer op hun oude niveau te krijgen.
Lees meer over uw reis door het ziekenhuis in het Artikel Onderweg naar Beter in magazine Zorg voor Beweging editie 2019/2020.

Vrijwel elk ziekenhuis heeft een website waarop vermeld staat welke orthopedisch chirurgen daar werken. Meestal staat daar ook aangegeven welke aandachtsgebieden elk van deze orthopeden heeft. 
Uw huisarts weet ook welke subspecialisaties de orthopedisch chirurgen bij u in de regio hebben. Hij adviseert u bij de verwijzing.

In Nederland worden alle orthopedisch chirurgen breed opgeleid waardoor zij alle patiënten met aandoeningen van het steun- en bewegingsapparaat (botten, gewrichten, spieren en pezen) kunnen beoordelen.

Binnen een ziekenhuis werkt een aantal orthopeden samen. Zo’n samenwerkingsverband heet een vakgroep of maatschap. Over het algemeen is het zo dat binnen de grotere vakgroepen/maatschappen (vier orthopedisch chirurgen of meer) elke orthopedisch chirurg zich specialiseert in een of meer aandachtsgebieden. Binnen de kleinere maatschappen is dit vaak niet het geval.

De orthopedie kent de volgende onderdelen of subspecialisaties:

  • Schouder/elleboog/pols/hand Bijvoorbeeld een geïrriteerde slijmbeurs in de schouders, een gescheurde pees in de schouder, tenniselleboog of een beklemming van een zenuw in de pols (carpaal tunnelsyndroom).
  • Heup Bijvoorbeeld een totale heupprothese, waarbij vooral het vervangen van een prothese (revisie) geldt als een aparte specialisatie.
  • Knie Bijvoorbeeld een voorste kruisbandreconstructie of een knieprothese.
  • Wervelkolom Bijvoorbeeld slijtageklachten of aangeboren afwijkingen als scoliose.
  • Voet en enkel Bijvoorbeeld vergroeiing van de grote teen (hallux valgus) of het vastzetten van het enkelgewricht (arthrodese).
  • Traumatologie Bijvoorbeeld aandoeningen/letsels die zijn ontstaan door een verkeersongeval (botbreuken of peesletsels), maar ook sportblessures (zoals overbelasting en enkelbandletsel).
  • Kinderorthopedie Dit is de enige specialisatie naar leeftijd. Het betreft bijvoorbeeld de behandeling van klompvoetjes en aangeboren heupdysplasie, en de gevolgen van spier- en stofwisselingsziekten. Deze specialisatie vindt u vooral in de grotere (academische) ziekenhuizen, hoewel ook in de ‘kleinere’ ziekenhuizen orthopedisch chirurgen zijn met specifieke belangstelling voor kinderorthopedie.

Orthopedisch chirurgen houden zich bezig met aandoeningen van het steun- en bewegingsapparaat. Het betreft:

  • klachten aan botten (bijvoorbeeld breuken, osteoporose, klompvoetjes en aangeboren heupdysplasie bij baby’s),
  • gewrichten (bijvoorbeeld gewrichtsslijtage/artrose, meniscusproblemen)
  • of spieren en pezen (bijvoorbeeld een spierscheuring door een ongeval, of achillespeesklachten bij sporters).

De afwijkingen kunnen aangeboren zijn of later ontstaan door een ongeval, ziekte of slijtage.
Zo kunnen reumatische ziekten (jicht en reumatoïde artritis) leiden tot ernstige gewrichtsbeschadiging.

Dus heeft u problemen met bewegen, dan kan de orthopedisch chirurg u wellicht van dienst zijn.

Uw huisarts verwijst u naar de orthopedisch chirurg.

Na een ongeval komt u in een ziekenhuis binnen op de Spoed Eisende Hulp (SEH). Heeft u letsel van botten, gewrichten, spieren en/of pezen, dan wordt er een traumachirurg of een orthopedisch chirurg ingeschakeld. Zij werken intensief samen op de SEH.

De opleiding tot orthopedisch chirurg is per 1 januari 2018 veranderd. De orthopeed specialiseert zich al tijdens de opleiding in enkele delen van de orthopedie. Bovendien zal hij of zij zich verdiepen in de organisatie van zorg en in maatschappelijke thema’s die met zorg te maken hebben. Lees hierover in het artikel De orthopedisch chirurg wordt steeds meer specialist (Jaarmagazine Zorg voor beweging, editie 2018).