Revalidatie

In eerste instantie is de revalidatie erop gericht de wond zo goed mogelijk te laten herstellen. U kunt hierbij denken aan het voorkomen en verminderen van zwelling en pijn. Dit betekent niet dat u absolute rust moet houden. In tegendeel zelfs. Na een operatie is het resultaat vrijwel altijd dat u ‘oefenstabiel’ bent en actief met uw revalidatie aan de gang kunt. Vaak bent u zelfs ‘belastingstabiel’ en kunt u bijvoorbeeld uw been meteen (met mate) belasten.

Als de genezing voorspoedig verloopt, zal de revalidatie zich er steeds meer op richten dat u weer zoveel mogelijk activiteiten kunt gaan doen. In deze fase leert u bijvoorbeeld omgaan met hulpmiddelen.

De revalidatie is afhankelijk van de ingreep en verschillende zorgprofessionals kunnen u erbij ondersteunen. De fysiotherapeut, bijvoorbeeld, of de ergotherapeut.
Bij een omvangrijke revalidatieperiode is vaak een revalidatiearts betrokken. Uw orthopedisch chirurg informeert u voor de operatie over de revalidatie.

Afhankelijk van de ingreep en de benodigde revalidatie kunt u begeleiding krijgen van bijvoorbeeld een revalidatiearts, fysiotherapeut en/of ergotherapeut.
Lees meer over uw reis door het ziekenhuis in het Artikel Onderweg naar Beter in magazine Zorg voor Beweging editie 2019/2020.

Dit ligt aan de aandoening, de ingreep en uw werk. Als u zich houdt aan het revalidatieplan, kunt u zo snel mogelijk weer op een verantwoorde manier aan het werk.

Het is overigens de bedrijfsarts die bepaalt of u weer aan het werk moet. Uw orthopedisch chirurg adviseert hierover aan de bedrijfsarts.

Dit ligt aan de aandoening, de ingreep en uw sport. Als u zich houdt aan het revalidatieplan, kunt u zo snel mogelijk weer op een verantwoorde manier sporten. Een sportarts en (sport)fysiotherapeut kunnen u hierbij begeleiden.

U  moet geestelijk en lichamelijk gezond (genoeg) zijn om auto te rijden. U bent altijd zelf verantwoordelijk voor deelname aan het verkeer. Verandert uw gezondheid of uw situatie? Bespreek dan met de arts wat dit betekent voor deelname aan het verkeer.

In de wegenverkeerswet 1994 staat niet precies bij welke aandoening (of na welke operatie) u wel of niet een voertuig mag besturen. Maar er wordt wel aangegeven dat u veilig en verantwoord moet kunnen rijden En u moet het voertuig goed kunnen besturen.
In artikel 5 van deze wet staat dat het verboden is om gevaar te veroorzaken in het verkeer. Het kan dus indirect wel verboden zijn om te rijden na een operatie als het daardoor gevaarlijk is om te rijden. Volgens artikel 6 is het verboden om je in het verkeer zo te gedragen, dat daardoor een ongeluk ontstaat. U moet natuurlijk goede controle over de benen hebben om auto te rijden en geen gevaar te veroorzaken.

Uw polisvoorwaarden kunnen uitsluiten dat u mag rijden met gips of na een operatie. Kijk dat dus na!

Op de website van het CBR staat meer informatie over autorijden bij veel voorkomende gezondheidssituaties.