Totale heupprothese (THP)

Een heupprothese kan de oplossing zijn als u last heeft van heupartrose (versleten heup), van een dijbeenhalsbreuk of van een verstoorde doorbloeding van de heupkop (avasculaire heupkopnecrose). Op deze pagina leest u meer over deze aandoeningen, heupprothesen en de operatie.

De heup en de heupprothese
Redenen voor een heupprothese
U krijgt een heupprothese. Hoe gaat dat in het ziekenhuis?
Welke complicaties kunnen er optreden?
Wanneer moet u contact opnemen met de behandelend arts?
Hoe lang duurt het herstel?
Welk resultaat mag u verwachten?
Welke prothese krijgt / heeft u?
Waar is een prothese van gemaakt en gebruikt de orthopeed wel of geen cement?

Wat is de levensduur van een heupprothese?
Is een heupprothese te vervangen?
Zijn er waarschuwingen bekend over de prothese?
Wat gebeurt er als de prothese niet goed functioneert?

Vragen en informatie 

De heup en de heupprothese

Het heupgewricht is een kogelgewricht (zie figuur 1). De kop van het dijbeen draait als een ronde kogel soepel in de kom van het bekken. Dat is mogelijk doordat op de kop én in de kom een laag kraakbeen zit. Kraakbeen is een glad, verend weefsel. Figuur 1: Overzicht van het heupgewricht. Heuphals = dijbeenhals. Bovenbeen = dijbeen.
Het heupgewricht met bekken, heupkop, heupkom, heuphals en bovenbeen

In figuur 2 ziet u de onderdelen van een totale heupprothese. De orthopedisch chirurg plaatst de kom in het bekken en de steel komt in het dijbeen; dit ziet u in figuur 3.  Figuur 2: De onderdelen van een heupprothese.

Figuur 2: De onderdelen van een heupprothese.
De onderdelen van een heupprothese: de kom (voor in het bekken), de steel (voor in het dijbeen) met hals en kop. De kop en kom vormen samen het nieuwe heupgewricht.

Figuur 3. Na de operatie: zo ziet het nieuwe heupgewricht eruit.
Hier is de heupprothese in het gewricht geplaatst. De kom zit in het bekken), de steel is verankerd in het dijbeen. De kop en kom vormen samen het nieuwe heupgewricht.

Video: Het plaatsen van een totale heupprothese

Redenen voor een heupprothese

Er zijn verschillende redenen om een heupprothese te plaatsen. We noemen de meest voorkomende:

1. Artrose of 'slijtage'
Artrose is een aandoening van het kraakbeen; het verandert van dikte en samenstelling als we ouder worden. Dat is normaal, maar bij artrose is er méér slijtage van het kraakbeen. Het gladde oppervlak wordt dun, brokkelig, of het kraakbeen verdwijnt helemaal. Het lichaam kan dit niet meer repareren. 
Beschadigd kraakbeen herstelt nauwelijks. Als de kraakbeenlaag dunner wordt of verdwijnt, bewegen de botuiteinden in een gewricht niet meer soepel langs en over elkaar. Er is toenemende wrijving tussen de botten en dat doet pijn. Ook kunnen ruwe uitsteeksels ontstaan op het bot. Er kan zich vocht ophopen in het gewricht en de omliggende weefsels; dan ontstaat er zwelling. De pijn en de zwelling maken bewegen moeilijk.
Er zijn drie oorzaken van artrose:

  • De kraakbeenlaag van het gewricht slijt door onbekende oorzaak. Hierdoor wordt deze laag met kraakbeen op het botuiteinde dunner. Uiteindelijk komt het onderliggende bot (gedeeltelijk) bloot te liggen. Deze vorm van artrose komt het meest voor bij mensen van middelbare leeftijd of ouder. 
  • Een ontstekingsreactie van het gewricht kan het kraakbeen aantasten, bijvoorbeeld bij reuma (reumatoïde artritis). Ook hierdoor wordt de kraakbeenlaag op het botuiteinde dunner, of de laag verdwijnt helemaal. Dit kan op iedere leeftijd voorkomen. 
  • Artrose kan ook ontstaan na een andere aandoening, zoals een botbreuk of een aangeboren heupafwijking. Het kraakbeen kan rechtstreeks beschadigd raken, of extra snel slijten door een andere manier van bewegen. De vorm van artrose die optreedt na een botbreuk of ongeval noemen we posttraumatische artrose. Dit kan ook vele jaren na het ongeval nog optreden.

Video: Uitleg over het heupgewricht en over slijtage

Klachten bij slijtage van de heup
De meest voorkomende klacht bij slijtage van de heup is pijn. U voelt pijn in de lies en in de bilstreek. Dit trekt vaak door naar het bovenbeen en de knie. U voelt ook dat uw heup stijver is. Als u opstaat, is de pijn heviger. Dit heet startpijn. Lopen, bukken en de trap oplopen worden steeds moeilijker. De klachten nemen toe als de slijtage verergert.

Behandeling van artrose van de heup
In eerste instantie helpen medicijnen (ontstekingsremmers) en fysiotherapie meestal. Soms helpt het ook als een patiënt zijn leefstijl aanpast; afvallen en meer bewegen bijvoorbeeld. De orthopeed plaatst pas een heupprothese als andere behandelingen geen of te weinig effect hebben. Lees meer hierover in de Consultkaart Artrose aan de heup.  

2. Dijbeenhalsbreuk
In figuur 1 (boven) ziet u de smalle verbinding tussen de dijbeenkop en het lange, rechte deel. Dat is de dijbeenhals of heuphals. Door een val of osteoporose (botontkalking) kan hier een breuk ontstaan. Zo’n breuk herstelt heel moeizaam. De orthopedisch chirurg kan dan adviseren om een heupprothese te plaatsen.

3. Avasculaire heupkopnecrose
Bij avasculaire heupkopnecrose is de bloeddoorstroming van de heupkop verstoord. Het bot wordt zacht en de heupkop zakt in elkaar. Soms treedt het spontaan op, zonder dat daarvoor een oorzaak kan worden gevonden. De oorzaak is vaak medicijngebruik; Prednison, chemotherapie en afweerverminderende medicatie (bijvoorbeeld na een niertransplantatie). Ook overmatig alcohol- en drugsgebruik kunnen kopnecrose veroorzaken. De orthopedisch chirurg kan adviseren om een heupprothese te plaatsen.

Uit de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI) blijkt dat in 2018 87% van de totale heupprothesen is geplaatst vanwege artrose en 13% vanwege aandoeningen zoals een gebroken heup, afsterven van de heupkop (osteonecrose), aangeboren heupdysplasie en eerdere botbreuken.

U krijgt een heupprothese. Hoe gaat dat in het ziekenhuis?

De voorbereiding op de operatie
Voor de opname in het ziekenhuis gaat u meestal naar het spreekuur van de anesthesioloog; de dokter die bij u de verdoving verzorgt. Hij of zij vertelt u over de verschillende mogelijkheden van anesthesie. De orthopedisch chirurg vertelt u over de risico’s van de operatie. Geen enkele operatie is namelijk zonder risico’s. Als er een uitzonderlijk operatierisico is, dan hoort u dat. In een enkel geval wordt de operatie dan uitgesteld; bijvoorbeeld bij een infectie of koorts.
Behalve bloed- en urineonderzoek wordt zo nodig ook een hartfilmpje en een longfoto gemaakt. Soms schrijft de orthopeed al vóór de operatie fysiotherapie voor, zodat u met krukken leert lopen. Als u al een tijdje slecht ter been bent, kan het zijn dat uw spierkracht is verminderd. Training maakt uw spieren dan sterker en verbetert uw coördinatie. Bespreek uw situatie met uw orthopedisch chirurg. Hij of zij vertelt u natuurlijk ook welke prothese u krijgt en geeft informatie over de operatietechniek

Roken vergroot de kans op problemen bij het herstellen na de operatie. Zelfs als u tijdelijk stopt (van minimaal 4 weken voor de operatie tot ten minste 4 weken na de operatie), halveert u die kans! Meer informatie hierover in Magazine Zorg voor beweging 2015 (pagina 58). Uw orthopedisch chirurg kan u ook meer informatie geven.

De operatie
De operatiedag is meestal ook de dag van de opname. U meldt zich op de afgesproken tijd nuchter bij de afdeling orthopedie. Nuchter betekent dat u een aantal uren niets meer heeft gegeten en alleen nog water, ranja, koffie (zonder melk) of thee (zonder melk) heeft gedronken. Informatie hierover krijgt u van uw orthopedisch chirurg, de assistent of het opnamebureau. Als u niet nuchter bent, dan is de narcose niet meer verantwoord. Meld het daarom als u (per ongeluk) toch iets heeft gegeten, of bijvoorbeeld melk heeft gedronken.

Op de dag van de operatie vragen verpleegkundigen en anderen u verschillende keren naar uw naam, geboortedatum, type operatie en of u aan uw linker of rechter heup wordt geopereerd. Dit is ziekenhuisvoorschrift en heeft als doel om fouten te voorkomen. Voor de operatie en voor de narcose wordt de te opereren zijde gemarkeerd; meestal met een pijl. Ook dit hoort bij de procedures om verwisselingen en fouten te voorkomen. Korte tijd voor de operatie krijgt u een antibioticum toegediend om de kans op infectie te verkleinen.

De operatie gebeurt onder algehele narcose of een ruggeprik. Een ruggeprik kan worden gecombineerd met een slaapmiddel, waardoor u weinig of niets van de operatie merkt. 

De heupkop wordt verwijderd. In de heupkom wordt een kom van kunststof of metaal (zie figuur 3) geplaatst. Hierna zet de chirurg in het bovenbeen een metalen pen waarop een kop is vastgemaakt die precies in de kom past. Het hele heupgewricht wordt dus vervangen door een kop en kom die precies in elkaar passen. 
Na het plaatsen van de prothese wordt de wond gesloten met metalen nietjes, een oplosbare draad in de huid of met niet-oplosbaar hechtmateriaal. De operatie duurt normaal 45-90 minuten. De nietjes en het niet-oplosbaar hechtmateriaal laat u na 10-14 dagen verwijderen bij de huisarts of in het ziekenhuis. U krijgt ook na de operatie antibiotica om de kans op infectie te verkleinen. 

Operatietechniek
Er zijn verschillende operatietechnieken voor het plaatsen van een heupprothese; verschillende chirurgische benaderingen. De plaats van de snede (de incisie), en dus van het latere litteken, hangt af van deze techniek. Veel gebruikte technieken zijn:

  • Posterieur/posterolateraal waarbij de heup vanaf de achterzijde wordt benaderd, onder de bilspier door.
  • Direct lateraal waarbij de heup via de zijkant wordt benaderd.
  • (Antero)lateraal waarbij de heup vanaf de zijkant van uw bovenbeen wordt benaderd.
  • Anterieur waarbij de heup vanaf de voorzijde van de lies wordt benaderd.

Uw orthopeed vertelt u meer over de techniek die hij of zij gebruikt. Er is geen bewijs dat een bepaalde techniek betere resultaten geeft op de lange termijn. 

Na de operatie
U gaat naar de uitslaapruimte, waar u intensieve controle krijgt. Sommige patiënten zijn na de ingreep een beetje misselijk. Als u voldoende hersteld bent, gaat u terug naar de afdeling. 
Het litteken zit aan de zijkant, voorkant of achterkant van de heup en is ongeveer 15-20 cm lang. U heeft enkele dagen pijn en krijgt hiervoor pijnstillers. Meestal krijgt u medicijnen om trombose te voorkomen. Deze bloedverdunnende medicijnen worden meestal tot 5-6 weken na de operatie gegeven.

Nabehandeling
U begint zo snel mogelijk met revalideren. Bij de oefeningen in bed en het leren lopen krijgt u hulp van de fysiotherapeut. U leert eerst lopen met een looprekje en vervolgens met krukken. De fysiotherapeut leert u verder hoe u het beste weer kunt staan, opstaan, liggen en zitten. 
In de regel kunt u na de opname met krukken lopen. Na ontslag wordt soms nog fysiotherapie voorgeschreven. Ongeveer twee maanden na de operatie komt u voor controle op de polikliniek. In een enkel geval krijgt u bepaalde leefregels mee. 

Vragenlijsten
De orthopedisch chirurgen willen graag weten hoe het met u gaat en of u tevreden bent over de behandeling en de eventueel geplaatste gewrichtsprothese(n). Zij meten dit met vragenlijsten. De vragen gaan bijvoorbeeld over de pijn, hoe u zich voelt en hoe het gaat met bewegen. Uw behandelaars vragen u om voor- en na de behandeling of operatie de vragenlijst in te vullen. Lees meer hierover

Welke complicaties kunnen er optreden?

Ondanks alles kunnen er soms problemen (complicaties) optreden. 

  • Nabloeding van de wond. 
  • De kop van de kunstheup kan uit de kom schieten (heupluxatie). De kans hierop is de eerste drie maanden na de operatie het grootst. Houd u daarom aan de instructies die u eventueel van de fysiotherapeut krijgt. 
  • Trombose. Om dit te voorkomen, krijgt u na de operatie een aantal weken bloedverdunnende middelen. 
  • Zenuwbeschadiging (verlamming van het been). 
  • Er kan een breuk van de kom of het bovenbeen ontstaan tijdens de operatie.
  • Infectie van de heupprothese of het gebied er omheen. 
  • Een verschil in beenlengte. 
  • De heupprothese kan na langere tijd loslaten. Of een prothese loslaat en wanneer dit gebeurt, hangt af van het ontwerp van de heupprothese en de manier waarop de heupprothese aan het bot van de patiënt is gefixeerd. Hoe actief iemand is, eventueel overgewicht, een ongeval of een infectie spelen ook een rol. 

Wanneer moet u contact opnemen met de behandelend arts?

Neem contact op met de behandelend arts als:

  • de wond gaat lekken; 
  • de wond dik en/of rood wordt en/of meer pijn gaat doen; 
  • u niet meer kunt staan, terwijl dit eerder goed mogelijk was.

De kans op infectie blijft bestaan, ook in de toekomst. Bij een operatie moet u uw huisarts of specialist vertellen dat u een heupprothese heeft. Het eerste jaar na de heupoperatie krijgen alle patiënten dan namelijk antibiotica. Na één jaar alleen mensen met een verminderde weerstand. 
Bij gewone tandheelkundige behandelingen is geen antibiotica nodig. Bij een kaakabces krijgt u dit wel.

Hoe lang duurt het herstel?

Had u een dijbeenhalsbreuk, dan kunt u erop rekenen dat u uw heup na 3 maanden weer min of meer kunt gebruiken zoals voor de breuk. In totaal duurt de revalidatieperiode ongeveer een jaar.

Had u last van gewrichtsartrose, dan zal de pijn in uw heup direct na de operatie al sterk verminderen. Soms is uw heup de eerste maanden nog een beetje gevoelig door de ingreep. Deze veranderingen in gevoel hebben invloed op uw manier van lopen. Uw spieren hebben tijd nodig om zich aan de nieuwe situatie aan te passen.

Na een jaar is meer dan 90 procent van de patiënten tevreden over het resultaat. 

Welk resultaat mag u verwachten?

Veel mensen met een heupprothese voelen zich na de operatie veel beter dan daarvoor. Vaak is  de pijn verdwenen, maar daarvoor is geen garantie te geven. Een deel van de pijn kan blijven bestaan. Ook de operatie kan in zeldzame gevallen blijvende pijnklachten geven, bijvoorbeeld door de vorming van littekenweefsel.
Soms komt (een deel van) de pijn in de heup vanuit de rug - dat heet referred pain. Een nieuwe heup lost dan niet alles op en u houdt (een deel van) de pijnklachten.

Wat u van de ingreep mag verwachten, is voor een groot deel afhankelijk van uw wensen: lange afstanden hardlopen met een heupprothese is voor heel veel mensen niet haalbaar, langeafstandsfietsen wellicht wel. Bespreek dit met uw orthopeed. Zo is ook geen algemeen antwoord te geven op de vraag of u en wanneer u uw beroep (weer) kunt uitoefenen. 

Welke prothese krijgt / heeft u?

De orthopeden en de ziekenhuizen in Nederland werken met verschillende prothesen. Bij de keuze voor een prothese houden zij altijd rekening met het volgende:

  • De behandelrichtlijn die we in Nederland gebruiken. 
  • Voldoet de prothese aan de kwaliteitseisen van de NOV. Met andere woorden: valt de prothese in de juiste klasse (classificatie prothesen)? 
  • Wat weten we over de prothese vanuit de LROI en internationale registers
  • Wat weten we vanuit wetenschappelijk onderzoek? Informatie over wetenschappelijk onderzoek staat o.a. op de websites van de NOV en de LROI.
  • De voorkeur, ervaringen en inzichten van de orthopeed en het ziekenhuis.

Over het algemeen zal uw orthopeed een heupprothese aanraden waarvan uit wetenschappelijk onderzoek bekend is dat deze op de lange termijn goede resultaten heeft (minimaal 5 jaar). Ook is het belangrijk dat uw orthopeed vertrouwd is met de gekozen prothese.
Soms geeft een orthopeed de voorkeur aan een nieuwer ontwerp. Meestal omdat hij of zij verwacht dat de resultaten voor u op korte en lange termijn nóg beter zijn. Zo’n prothese is uitgebreid getest in het laboratorium. Vaak zijn ook gebruiksresultaten bekend, bijvoorbeeld uit het buitenland. Maar een nieuw ontwikkelde prothese heeft zich nog niet 5 jaar of langer in de praktijk kunnen bewijzen. Over die resultaten kan niemand iets met zekerheid zeggen.

Als uw orthopedisch chirurg denkt dat een nieuw ontwerp voor u de beste oplossing is, zal hij dit met u bespreken. Deze prothese en de gegevens over de operatie, worden - net als van elke andere ingreep - opgenomen in de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI). Daarnaast kan uw orthopedisch chirurg u vragen mee te doen aan een wetenschappelijk onderzoek naar de resultaten van de prothese.

Uw orthopedisch chirurg kan een brief met informatie over uw prothese uitdraaien. Na de operatie is de brief beschikbaar. U heeft hiermee alle relevante informatie - over merk, type, fabrikant etc. - bij de hand. Meer informatie over de patiëntbrief.

Waar is een heupprothese van gemaakt en gebruikt de orthopeed wel of geen cement?

Als u een heupprothese krijgt, komt de steel met de gewrichtskop in het dijbeen (femur). De kom komt in het bekkenbot (acetabulum). In de loop van de jaren zijn vele soorten heupprothesen ontwikkeld. We vertellen u meer over gecementeerde prothesen, ongecementeerde prothesen, hybride prothesen en het materiaal van de prothese. 

Uw orthopeed zal u informeren en adviseren over de prothese die hij bij u gebruikt. Hij kan een brief met informatie over uw prothese uitdraaien. Na de operatie is de brief beschikbaar. U heeft hiermee alle relevante informatie - over merk, type, fabrikant etc. - bij de hand. Meer informatie.

Wel of geen cement?
Een heupprothese kan op verschillende manieren worden vastgemaakt in het bot; met en zonder cement.

Gecementeerde prothese (met cement)
Bij gecementeerde heupprothesen zet de orthopeed de heupkom en de steel van de heupkop met cement in het bot vast. Dit is een soort vulmiddel, geen cement uit de cementmolen. Het kunststofcement (polymethylmetacrylaat) wordt tijdens de operatie aangemaakt. Na ongeveer 10 minuten is het uitgehard en zit de prothese muurvast in het bot. 

Voordelen van gecementeerde prothesen

  • Uit registraties in Scandinavië, Groot Brittannië en Australië blijkt dat ze goede resultaten geven: 90-95% van de heupen functioneert 10 of 15 jaar na de operatie nog steeds goed.
  • Ze worden al lang gebruikt en er is al veel ervaring mee opgedaan. 
  • Het cement zorgt voor een stabiele verbinding van de prothese met het bot. Door betere cementtechnieken is de kans op een succesvolle operatie nog groter.
  • Het is mogelijk om antibiotica aan het cement toe te voegen. Dit verkleint de kans op infecties na de operatie.

Mogelijke complicaties
De verbinding van het cement met het omliggende bot wordt minder sterk. Hierdoor laat de prothese los. Zo’n verstoorde verbinding komt vaker voor bij de kom dan bij de steel. De klachten lijken op de klachten die de patiënten hadden voor de operatie. Mogelijke verklaringen voor loslating zijn: 

  • Mechanische oorzaak (a): in de cementlaag rondom de kom of de steel ontstaan kleine breukjes (vermoeidheidsbreukjes). Dit komt meer voor bij patiënten met ernstig overgewicht en bij patiënten die zeer actief zijn. In beide gevallen staan er grote krachten op de heup. 
  • Mechanische oorzaak (b): door het bewegen van de heupkop in de kom ontstaan heel kleine slijtagedeeltjes van het materiaal. De cellen rondom het gewricht nemen deze slijtagedeeltjes op, waardoor een ontstekingsreactie kan ontstaan. Zo’n reactie kan ervoor zorgen dat botweefsel verdwijnt. Zo ontstaat ruimte tussen het bot en het cement. 
  • Biologische oorzaak: het bot is verzwakt, bijvoorbeeld door een ziekte of door osteoporose (botontkalking). 

Video: Het plaatsen van een gecementeerde totale heupprothese

Ongecementeerde heupprothese (zonder cement)
Vanaf de jaren ’80 gebruiken orthopedisch chirurgen ook heupprothesen zonder cement. Deze prothesen klemmen zich vast in het bot van het bovenbeen of in de heupkom. Voor een goede verankering en stabiliteit hebben de kom en de steel van de gewrichtskop een ruw oppervlak. Dit houdt de prothese op zijn plaats en het botweefsel groeit erop vast. Vaak is het ruwe oppervlak voorzien van een speciaal laagje om een betere en snellere botingroei te stimuleren. Een veel gebruikte ingroeilaag is hydroxyapatiet.
Meestal zitten de ongecementeerde prothesen bij de operatie direct heel stevig vast. De patiënt kan het been direct gebruiken. De botingroei neemt in de maanden na de operatie verder toe. Hierdoor komt de prothese nog beter vast te zitten.

De ongecementeerde prothesen zijn o.a. ontwikkeld omdat er geen scheurtjes in het cement kunnen komen. Er is immers geen cement. Bij de cementloze prothese kunnen (net als bij de gecementeerde prothese) wel slijtagedeeltjes vrijkomen door de beweging van de prothesekop in de prothesekom. De cellen rondom het gewricht nemen deze slijtagedeeltjes op, waardoor een ontstekingsreactie kan ontstaan. Zo’n reactie kan ertoe leiden dat botweefsel verdwijnt. Zo ontstaat ruimte tussen het bot en de prothese. Hierdoor vermindert de verankering van de prothese en de prothese gaat loszitten. Dit geeft pijnklachten, vooral bij staan en lopen en belasten.
Video: Het plaatsen van een ongecementeerde totale heupprothese

Hybride heupprothese
Bij de hybride prothese plaatst de orthopedisch chirurg meestal de heupkom zonder cement en de steel van de gewrichtskop met cement. De omgekeerde combinatie komt ook voor. Dan heet het omgekeerd hybride of reversed hybride.

Uit de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI) blijkt dat van alle totale heupprothesen die in 2018 in Nederland zijn geplaatst 67% ongecementeerd is geplaatst, 24% gecementeerd en 9% met óf de kom óf de steel gecementeerd (hybride).

Materiaal heupprothese
Voor de heupkom gebruiken fabrikanten al heel lang de kunststof polyethyleen. De laatste jaren is de kwaliteit van dit materiaal verbeterd door speciale behandelingen ervan. De inzet is dat het nog slijtvaster wordt.
De heupsteel is van metaal; chirurgisch staal bij de heupstelen die met cement worden vastgezet in het bot en titanium bij cementloze prothesen. De heupkopjes moeten heel glad en hard zijn. Met metalen kopjes is al heel lang ervaring opgedaan met goed resultaat. Er worden echter ook steeds meer kopjes gebruikt van keramiek (porselein). Dit materiaal is namelijk nog harder en gladder dan metaal. Door versterking van het keramiek is de kans op een breuk heel erg klein.
De nieuwste ontwikkeling is dat naast de kop ook de binnenkant van de kom een keramiek laag krijgt. Dit resulteert in een heel glad en slijtvast gewricht, omdat keramiek heel erg hard is. Soms ontstaat een piepgeluid bij het bewegen van de heup. Op zich is dat niet erg, maar het kan hinderlijk zijn. 

Elders op deze website leest u meer over de resurfacing heup (sportheup) en de Metaal-op-Metaalheupprothesen met een kop van minimaal 36 mm die in het verleden geplaatst werden. De NOV adviseerde om deze niet meer te plaatsen.

Wat is de levensduur van een heupprothese?

De levensduur van een heupprothese is onder andere afhankelijk van uw activiteiten: hoe actiever u bent, hoe korter de prothese meegaat. Zware lichamelijke inspanning en sporten kunnen de levensduur beperken. Vraag hierover advies aan uw orthopedisch chirurg!

Omdat een prothese een beperkte levensduur heeft (minstens 10-15 jaar), wordt de operatie bij mensen jonger dan 60 jaar zo lang mogelijk uitgesteld. De orthopedisch chirurg overlegt met jonge mensen over de beste oplossing op de korte en lange termijn. Als een prothese op een gegeven moment moet worden vervangen, is dat namelijk lastiger dan het plaatsen van de eerste prothese. En het resultaat vaak minder goed, met een grotere kans op complicaties.

Is een heupprothese te vervangen?

De kunstheup is eventueel te vervangen. Slijtage van het materiaal komt heel weinig voor. De levensduur van de prothese wordt over het algemeen beperkt doordat een van de onderdelen los gaat zitten. De kans hierop is wisselend: soms gebeurt het pas na 10 of 15 jaar, soms helemaal niet. 
Van elke 100 patiënten blijkt bij 2 patiënten (1,7%) een hersteloperatie nodig in het eerste jaar dat zij de prothese hebben. Dat is bekend uit de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI). Bij 1 patiënt (0,6%) gaat het om een kleinere hersteloperatie (vervanging van alleen kop of lager). In 25% van deze gevallen is de gehele heupprothese vervangen. Bij 67% van de operaties was het een gedeeltelijke revisie waarbij één of meerdere onderdelen zijn vervangen: heupkop, heupsteel, heupkom, plastic lager in de heupkom.

Het komt voor dat de orthopedisch chirurg en de patiënt besluiten een heupprothese te verwijderen zónder dat er een nieuwe heupprothese voor terugkomt. Dit heet een Girdlestone situatie

Zijn er waarschuwingen bekend over de prothese?

Als er in Nederland een probleem is met een bepaalde prothese, neemt de fabrikant/leverancier maatregelen samen met de Nederlandse ziekenhuizen en de orthopedisch chirurgen. De ziekenhuizen informeren de patiënten en nodigen hen uit om te overleggen en te adviseren. Tot nadere orde wordt de prothese niet meer geplaatst.

Er staat informatie over waarschuwingen op de website van US Food and Drug Administration en de website van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGZ).
Elders op deze website leest u meer over de resurfacing heup (sportheup) en de Metaal-op-Metaalheupprothesen met een kop van minimaal 36 mm die in het verleden geplaatst werden. De NOV adviseerde om deze niet meer te plaatsen.

Wat gebeurt er als de prothese niet goed functioneert?

Als een heupprothese niet goed functioneert, bespreekt de orthopedisch chirurg de mogelijkheden met u. Vaak biedt een nieuwe operatie een oplossing. Zo’n nieuwe operatie heet een hersteloperatie of een revisieoperatie. Dan worden één of meerdere onderdelen van de heupprothese vervangen, toegevoegd of verwijderd. Van elke 100 patiënten is bij 2 patiënten (1,7%) een hersteloperatie nodig in het eerste jaar. Dat is bekend uit de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI). Bij 1 patiënt (0,6%) gaat het om een kleinere hersteloperatie (vervanging van alleen prothesekop of lager). Bij 25% van deze gevallen is de hele heupprothese vervangen. Bij 67% van de operaties een gedeelte; één of meerdere onderdelen (de kop, de steel, de kom of de plastic lager in de kom) zijn vervangen.

Vragen en informatie

Als u nog vragen heeft, neem dan contact op met uw behandelend arts. Meer informatie over het plaatsen van een heupprothese:

Colofon

Deze folder is gemaakt door de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV), in samenwerking met de NOV Werkgroep Heup. Deze folder is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kan geen enkel recht worden ontleend aan de inhoud. De NOV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor onjuistheden. Wijzigingen en aanvullingen kunnen op elk moment en zonder voorafgaande aankondiging worden aangebracht. Alle rechten voorbehouden. Copyright © 2019, NOV, ‘s-Hertogenbosch

(Naar boven)