Schouderartrose

Als u pijn voelt in uw schouder, komt dat misschien door artrose; slijtage in het schoudergewricht. Deze klachten komen veel voor bij artrose van de schouder:

  • De pijn is steeds aanwezig of alleen als u uw arm beweegt
  • Pijn 's nachts 
  • De schouder kraakt als u uw arm beweegt
  • U kunt u uw arm niet goed gebruiken

Wat is artrose?
De schouder
Hoe wordt het vastgesteld?
Behandelmogelijkheden
Een operatie
Heeft u nog vragen?
Colofon

Wat is artrose?
In een gewricht komen twee of meer botten samen. Op die botten zit een laagje glad kraakbeen. Kraakbeen zorgt ervoor dat de botten soepel kunnen bewegen ten opzichte van elkaar.

Artrose is slijtage van het kraakbeen. Het is normaal dat kraakbeen in een gewricht van dikte en samenstelling verandert als u ouder wordt. Bij artrose gaat dat sneller dan normaal. Het gladde oppervlak wordt dun, brokkelig en/of het kraakbeen verdwijnt helemaal. 

Beschadigd kraakbeen herstelt nauwelijks. Als de kraakbeenlaag dunner wordt of verdwijnt, bewegen de botuiteinden in een gewricht niet meer soepel langs en over elkaar. Er is toenemende wrijving tussen de botten en dat doet pijn. Ook kunnen ruwe uitsteeksels ontstaan op het bot. Er kan vocht ophopen in het gewricht en de omliggende weefsels – vandaar de zwelling. De pijn en de zwelling maken bewegen moeilijk.

Er zijn drie oorzaken van artrose:
1. De kraakbeenlaag van het gewricht slijt door onbekende oorzaak. Hierdoor wordt deze laag met kraakbeen op het botuiteinde dunner en uiteindelijk komt het onderliggende bot (gedeeltelijk) bloot te liggen. Deze vorm van artrose komt het meest voor bij mensen van middelbare leeftijd of ouder.

2. Een ontstekingsreactie van het gewricht kan ook het kraakbeen aantasten, bijvoorbeeld bij reumatoïde artritis. Hierdoor wordt de kraakbeenlaag op het uiteinde van het bot dunner of de laag verdwijnt helemaal. Dit kan op elke leeftijd voorkomen. Meestal worden beide schouders aangetast. De kans bestaat dat ook in andere gewrichten artrose ontstaat.

3. Artrose kan ook ontstaan na een andere aandoening, zoals een botbreuk. Het kraakbeen beschadigt rechtstreeks, of het slijt sneller door een andere manier van bewegen. Dit heet posttraumatische artrose en kan jaren na die andere aandoening nog optreden.

De schouder
We hebben het altijd over hét schoudergewricht, maar eigenlijk bestaat de schouder uit twee gewrichten (zie afbeelding).

A. In het ene gewricht bewegen het sleutelbeen en het bovenste gedeelte van het schouderblad ten opzichte van elkaar. Dit gewricht heet het acromioclaviculaire gewricht, of AC-gewricht (A).

B. Het andere gewricht laat de bovenarm en de gewrichtskom van het schouderblad ten opzichte van elkaar bewegen. Dit gewricht heet het glenohumerale gewricht (B).

In beide gewrichten kan artrose ontstaan.

Hoe wordt artrose vastgesteld?
Als u en uw huisarts het nodig vinden, maakt u een afspraak bij de orthopedisch chirurg. Deze stelt u allerlei vragen (anamnese) en onderzoekt u. Het volgende komt aan de orde:
• Wanneer is de pijn begonnen? Is de pijn ’s nachts erger? Is er verergering of misschien juist vermindering van de pijn als u uw arm beweegt? Is de pijn constant, of komt en gaat deze?
• Heeft u wel eens een blessure gehad aan uw schouder? Wat voor blessure? Wanneer was dit? Hoe is deze behandeld?
• Heeft u pijn in een of beide schouders? Waar doet het pijn?
• Gebruikt u medicijnen?

De meest voorkomende klacht bij schouderartrose is pijn die verergert door bewegen. Als het glenohumerale gewricht is aangedaan, zit de pijn diep in de schouder (zowel aan de achter- als voorzijde). De pijn in het AC-gewricht zit meer aan de voorbovenkant van de schouder.

De orthopedisch chirurg kijkt naar de bewegingsmogelijkheid van uw schouder. Hij doet dat om te kijken hoe de botten van uw armen en schouders ten opzichte van elkaar bewegen, om te horen of uw schouder kraakt, of een knappend geluid maakt, en om de kracht van uw armen te testen. Soms is naast het gewone röntgenonderzoek ook aanvullend onderzoek nodig. 

Welke behandelingen zijn mogelijk?
Afhankelijk van het type, de plaats en de ernst van de artrose, zijn verschillende behandelingen mogelijk. Dit zijn de mogelijkheden:
1. Een beweegprogramma onder begeleiding van een fysiotherapeut om spieren te versterken en de schouder zo beweeglijk mogelijk te houden.

2. Pijnstillers en ontstekingremmende medicijnen om de zwelling te verminderen. Als de zwelling minder is, kunt u de schouder beter bewegen.

3. Een injectie met corticosteroïden in het gewricht, dit medicijn remt de ontstekingen.

Er zijn middelen waarvan het effect bij artrose wetenschappelijk gezien nog niet vaststaat, zoals glucosaminepillen en injecties met hyaluronzuur. Overweegt u specifieke middelen te gebruiken, overleg dat dan met uw arts.

Een operatie
Als deze behandelingen onvoldoende helpen, kunt u eventueel geopereerd worden:
1. Bij ernstige artrose in het glenohumerale gewricht kan een schouderprothese - een kunstschouder - de oplossing zijn. Het belangrijkste doel is vermindering van de pijn. Dit lukt in de meeste gevallen voor een groot deel. Het herstel van de beweeglijkheid en de kracht in de schouder is echter minder voorspelbaar. Dit is vaak afhankelijk van de conditie van uw schouder voor de operatie. Vooral stijfheid en de kwaliteit van het peesweefsel op de schouderkop spelen hierbij een rol. Uw orthopedisch chirurg informeert u over de mogelijkheden.

2. Bij artrose van het AC-gewricht kan de orthopeed een stukje van het sleutelbeen verwijderen. Dan raken de botuiteinden elkaar niet meer in het gewricht en blijft de pijn weg.

Heeft u nog vragen?
Als u nog vragen heeft, neem dan contact op met uw behandelend arts.

Colofon
Deze folder is gemaakt in overleg met de NOV-Werkgroep Schouder en Elleboog. Aan de folder kan geen enkel recht worden ontleend aan de inhoud hiervan. De NOV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor onjuistheden. Wijzigingen en aanvullingen kunnen op elk moment en zonder voorafgaande aankondiging worden aangebracht.
Alle rechten voorbehouden. Copyright © 2012, NOV, ‘s-Hertogenbosch

[naar boven]