De stijve schouder (frozen shoulder)

Wat is een frozen shoulder?
Risicofactoren
Pijn en beloop
Behandeling zonder operatie
Een operatie
Heeft u nog vragen?
Colofon

Wat is een frozen shoulder?
Een frozen shoulder is een stijve schouder. Het komt voor bij 2-5% van de Nederlanders. Het meest bij vrouwen tussen de veertig en zeventig jaar. De oorzaak is niet bekend, maar we weten wel dat er sprake is van een gewrichtsontsteking. Deze ontsteking zorgt ervoor dat het kapsel om het gewricht verschrompelt en verdikt. Hierdoor kan de schouder niet meer, of niet zonder pijn bewegen. 

Een frozen shoulder kan ook ontstaan na een schouderoperatie of een blessure. Het gewrichtskapsel kan zich namelijk door een soort littekenreactie samentrekken (dit heet een secundaire frozen shoulder).

Als de schouder om een andere reden een tijd niet gebruikt is, kan ook een stijve schouder ontstaan. Hierbij heeft de stijfheid een andere oorzaak. Dit is geen frozen shoulder. Aan de hand van het verhaal van de patiënt en lichamelijk onderzoek kan een arts meestal vertellen wat de oorzaak is. Aanvullend onderzoek is soms nodig om eventuele andere afwijkingen uit te sluiten.

Dit is de schouder van voren af gezien. U ziet het gewrichtskapsel om de kop van de bovenarm en de kom van het schouderblad. Hier is het gewrichtskapsel ruim genoeg voor de bovenarm om vrij te bewegen. Bij een frozen shoulder is het gewrichtskapsel verdikt en verschrompeld, waardoor het strakker om het gewricht zit en de bewegingsruimte voor de bovenarm vermindert.

Risicofactoren
Iedereen kan een frozen shoulder krijgen. Maar bepaalde zaken vergroten de kans er op. Suikerziekte (diabetes) bijvoorbeeld. Tien tot twintig procent van de mensen met suikerziekte krijgt last van een frozen shoulder. De klachten duren bij hen langer en het effect van de behandeling is minder voorspelbaar.

Andere risicofactoren zijn:
- een te snel of te langzaam werkende schildklier
- de ziekte van Parkinson
- bepaalde hart- en vaatziekten (zoals een hersenbloeding)
- en nog een klein aantal zeer weinig voorkomende aandoeningen

Pijn en verloop
De pijn kan zeurend zijn of stekend. Het is de hele tijd aanwezig zijn, of af en toe (vooral ’s nachts). De pijn zit aan de buitenkant van de schouder en vaak in de bovenarm. Bewegen van de arm doet pijn. Ook als een ander uw arm beweegt doet het pijn. Activiteiten als aan- en uitkleden, iets uit een hoge kast pakken en autorijden zijn pijnlijk.

Het verloop
- Fase 1 is de verstijvende fase, die zes weken tot maximaal negen maanden duurt. De pijn neemt langzaam toe en de beweeglijkheid neemt af.

- Fase 2 heet de frozen of bevroren fase. De pijn neemt langzaam af, maar de stijfheid blijft. Deze fase duurt vier tot negen maanden.

- Fase 3 is de laatste fase, de ontdooiende fase. De pijn verdwijnt naar de achtergrond, en de beweeglijkheid keert langzaam terug tot (bijna) normaal. Deze fase duurt vijf maanden tot twee jaar.

Ongeveer één op de twintig mensen met een frozen shoulder houdt ook na de laatste fase langere tijd een pijnlijke en stijve schouder.

Behandeling zonder operatie
De frozen shoulder is moeilijk te behandelen. Een verkeerde aanpak kan het lange genezingsproces ook nog eens vertragen of de klachten verergeren.
Het beste advies is: beweeg uw arm en schouder binnen de pijngrens(!). Zoals het overzicht van de drie fasen laat zien, herstelt de frozen shoulder dan meestal vanzelf. Dit duurt wel even: van tien maanden tot meer dan drie jaar. Pijnbestrijding en fysiotherapie kunnen helpen.

Pijnbestrijding
De pijnbestrijding bestaat meestal uit ontstekingsremmende medicijnen, zoals ibuprofen of naproxen. Ook injecties met corticosteroïden in het gewrichtskapsel en tabletten met corticosteroïden kunnen verlichting geven. Helpen deze middelen niet voldoende, dan kan een (tijdelijke) zenuwblokkade de pijn verminderen.

Fysiotherapie
In de eerste fase is het belangrijk de pijn te verminderen. Het is onverstandig de schouder door de pijngrens heen te bewegen of te laten bewegen. Wel kunt u leren hoe u de overgebleven beweeglijkheid goed benut. De bewegingen mogen geen sterke (na)pijn geven. 

Hetzelfde geldt voor de tweede fase. De pijn staat minder op de voorgrond, maar de stijfheid is er nog. Het blijft belangrijk dat u uw schouder alleen binnen de pijngrens beweegt.

In de derde fase kunt u de beweeglijkheid in uw schouder langzaam uitbreiden. In deze fase hebben veel mensen baat bij fysiotherapie. Vooral om de controle over de beweging en de spierkracht weer op te bouwen.

Een operatie
Een operatie is niet standaard. Pas als pijnbestrijding en therapie niet het gewenste effect hebben, kan een operatie worden overwogen. Uw orthopedisch chirurg informeert u over de mogelijkheden.

Heeft u nog vragen?
Als u nog vragen heeft, neem dan contact op met uw arts.

Colofon
Deze folder is gemaakt onder auspiciën van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV), in samenwerking met de NOV Werkgroep Schouder en Elleboog.
Deze folder is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kan geen enkel recht worden ontleend aan de inhoud hiervan. De NOV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor onjuistheden.
Wijzigingen en aanvullingen kunnen op elk moment en zonder voorafgaande aankondiging worden aangebracht.
Alle rechten voorbehouden. Copyright © 2012, NOV, ‘s-Hertogenbosch

[naar boven]