De klompvoet

In Nederland worden elk jaar 210-280 kinderen geboren met een of twee klompvoeten. Meestal is bij de 20-wekenecho al te zien dat zij een afwijkende stand van de voet(en) hebben. Goed om te weten: na de behandeling kan meer dan 90% van de kinderen:

  • hun voet(en) volledig en pijnloos belasten
  • gewone schoenen dragen
  • aan alles meedoen

De inhoud van deze pagina is gebaseerd op de medische behandelrichtlijn Primaire idiopathische klompvoet

Wat is het?
Meer over klompvoeten
Diagnose stellen
Klompvoet en heupdysplasie
Behandelcentra in Nederland
Startmoment behandeling
Behandeling
Rol van de ouders
Het resultaat
Heeft u nog vragen?
Colofon

Wat is het
Een klompvoet is een combinatie van vier afwijkingen (zie foto’s):

  • de voet is naar binnen gedraaid (dit heet adductie van de voet)
  • de voet staat in spitsstand (dit heet equinus)
  • de voet is een holvoet (dit heet cavus)
  • de achtervoet wijst naar binnen (dit heet varus)

 Adductie: de voet is naar binnen gedraaid.

 Equinus: de voet staat in spitsstand (tenenstand).

  Cavus: de voet is een holvoet.

 Varus: de achtervoet wijst naar binnen.

Deze vier afwijkingen samen lijken op de vorm van een golfclub. De Engelse naam daarvoor is clubfoot. In het Nederlands is dat vertaald als klompvoet.

Meer over klompvoeten
De klompvoet is een aangeboren afwijking. De Latijnse benaming is: talipes equinovarus. Per jaar worden in Nederland 210-280 kinderen met een klompvoet geboren. Ongeveer de helft van deze kinderen heeft twee klompvoeten. Het komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes.

Het is niet precies bekend waardoor de voet en het onderbeen vergroeien tot een klompvoet. De aanleg en de stand van botten, pezen, spieren en gewrichtsbanden spelen een rol. Erfelijkheid ook.

Onderstaande plaatjes laten de afwijkende stand van de botten zien.
NB De skeletvoet en -enkel laten zien: de onderste delen van de botten in het onderbeen, de botten van de enkel en de hiel, en de middenvoetsbeentjes. De tenen ontbreken.
 

 
De voet en het onderbeen vanaf de binnenzijde gezien.


De voet en het onderbeen van voren gezien.


De voet en het onderbeen vanaf de buitenzijde gezien.

Geen twee klompvoeten zijn aan elkaar gelijk:

  • de afwijking in de stand van de voet kan meer of minder uitgesproken zijn
  • er is verschil in de soepelheid waarmee de voet beweegt
  • de voet is meer of minder gedrongen van vorm

Op onderstaande foto’s ziet u enkele voorbeelden.

Dit is een voorbeeld van een milde klompvoet: de afwijkende stand van de voet is mild, de voet beweegt redelijk soepel en de voet is niet heel erg gedrongen van vorm.

 

 

 

 

 Dit is een voorbeeld van een ernstige klompvoet: het hielbeen bevindt zich heel hoog, richting het onderbeen, en de voet is gedrongen.

 

 

 

Diagnose stellen
A. Tijdens de zwangerschap
Veel (aanstaande) ouders laten bij 20 weken zwangerschap een echo maken. Dan kan blijken dat een kindje één of twee klompvoeten heeft. Meestal volgt een nieuwe echo; een medische echo. Als die echo bevestigt dat het kindje een klompvoet heeft, volgt een gesprek met de (kinder)orthopedisch chirurg (kinderorthopeed). Hij of zij geeft informatie en beantwoordt vragen.

B. Bij de geboorte
Vaak is al bij de 20 weken echo bekend dat een kindje een klompvoetje heeft. Maar pas ná de geboorte stelt de kinderorthopeed dit definitief vast. Overigens kunnen moeders die een kindje met klompvoeten verwachten - als er geen extra complicaties zijn - gewoon kiezen waar zij het liefst bevallen: thuis of in het ziekenhuis.

Heel soms blijkt pas na de geboorte dat het kindje een klompvoet heeft. Ook dan stelt de kinderorthopeed dit definitief vast. Soms is het nodig om een röntgenfoto te maken.

Bij de diagnose maakt de kinderorthopeed gebruik van twee zogenoemde classificatiesystemen. Een classificatie (of score) zegt iets over de ernst van de klompvoet. Die informatie heeft de arts nodig voor de behandeling. Om de vooruitgang te meten bijvoorbeeld, en om informatie uit te wisselen met andere behandelaars. De arts kan hiermee ook beter inschatten wat het resultaat van de behandeling zal zijn. Daarmee kan hij dus aan de ouders vertellen welk resultaat zij kunnen verwachten.

Klompvoet en heupdysplasie
Kinderen met een klompvoet hebben een iets grotere kans hebben op heupdysplasie. Dat is een aandoening waarbij het heupgewricht niet goed ontwikkeld is. Met een echo is te zien of een kind heupdysplasie heeft. Het maken van een echo is niet schadelijk voor het kind. Het advies is om op de leeftijd van 3 maanden een echo van de heup te maken bij kinderen met een klompvoet.

Meer informatie over heupdysplasie 

Behandelcentra in Nederland 
Gespecialiseerde kinderorthopeden behandelen kinderen met klompvoeten. Zij doen dat samen met gipsverbandmeesters. Zo'n team heet een klompvoetbehandelteam

De NOV toetst de centra voor klompvoetbehandeling. Een lijst van deze centra vindt u op de website van de NOV

Startmoment behandeling
De kinderorthopeed start het liefst binnen 48 uur na de geboorte met de behandeling. Lukt dat niet, dan bij voorkeur binnen één week na de geboorte. Later starten heeft niet de voorkeur, maar kan wel zonder dat het direct negatieve gevolgen heeft.

Behandeling 
De behandeling van een klompvoet gaat volgens de Ponseti-methode. Vernoemd naar de Spaanse arts die deze methode ontwikkelde: Ignacio Ponseti (1914-2009). De Ponseti-behandeling bestaat uit:

1. Corrigeren van de voet met gipsverband. De kinderorthopeed verandert de positie van de voet steeds een heel klein beetje. Als uw kindje twee klompvoeten heeft, worden ze tegelijkertijd behandeld. Een gipsverband vanaf de teen tot aan de lies zorgt ervoor dat botten, spieren, pezen en banden in de nieuwe stand komen (zie foto 1A). Het gipsverband is gemaakt van wit kalkgips, niet van kunststof. Elke 4 tot 7 dagen krijgt uw kind in het ziekenhuis nieuw gipsverband. De stand van het onderbeen en de voet worden daarmee steeds iets beter. Meestal zijn 5 of 6 van deze gipscorrecties voldoende (foto’s 1B t/m 1E), soms zijn er meer nodig.

 Foto 1A: foto met ingegipste beentjes.

  1B. Week 1.

   1C. Week 2.

  1D. Week 3.

  1E. Week 4.

Deze vier foto’s laten zien hoe de stand van het onderbeen en de voet veranderen door de gipsverbanden. De botten, spieren, pezen en gewrichtsbanden vormen zich steeds meer naar de gewenste stand.

2. Het laatste gipsverband blijft 3 weken om het been. Voordat dit verband is aangebracht, maakt de kinderorthopeed onder plaatselijke verdoving een sneetje in de achillespees (zie de foto’s). Dat is de pees aan de achterkant van de hiel. Deze pees verbindt de kuitspieren met de hiel. De achillespees is bij de klompvoet te kort en niet voldoende rekbaar. Hierdoor houdt de pees de standsverandering van de voet tegen. Als de arts de achillespees doorsnijdt, krijgt de voet ruimte om in de juiste stand te groeien (minimaal 90 graden). De achillespees herstelt in de weken dat het been is gegipst en past zich aan aan de nieuwe situatie. Het hielbeen krijgt de gelegenheid om in te dalen. Achter op de hiel van uw kind blijft een klein streepje als litteken zichtbaar.

 2A. Hier ziet u dat de voet niet verder met de tenen omhoog kan. Dat komt doordat de achillespees te kort is. De achillespees verbindt de kuitspieren met de hiel.

 2B. Onder plaatselijke verdoving snijdt de kinderorthopeed met een klein sneetje de achillespees door. De voet krijgt zo meer ruimte om te bewegen. Zie foto 2C.

 2C. Hier ziet u het verschil met foto 2A: de voet kan verder omhoog buigen. Nu worden voet en been voor de laatste keer ingegipst.

 2D. De achillespees herstelt helemaal en op de juiste lengte. Dit is het gewenste resultaat, 3 weken na de verlenging van de achillespees: een voet die in alle richtingen soepel beweegt.

3. Na dit laatste gipsverband krijgt uw kind een voet-abductie-brace die de voeten in de juiste stand houdt (zie de foto). Beide voeten zitten met schoentjes vast op een beugel. Ook als uw kind maar één klompvoet heeft. De eerste 3 maanden draagt uw kind deze brace dag en nacht. Daarna alleen nog tijdens het slapen ‘s nachts en overdag (ongeveer 14 uur van de 24 uur). Deze brace wordt gedragen tot de vierde verjaardag. Omdat uw kind groeit, krijgt het regelmatig nieuwe brace-schoentjes. Deze bestelt het ziekenhuis voor uw kind.

 Dit is een voet-abductie-brace. Deze brace houdt de benen en voeten in de juiste stand. Ook als 1 voet een klompvoet is, wordt de brace voor beide benen en voeten gemaakt.

4. Na de vierde verjaardag is de behandeling klaar. De kinderorthopeed maakt afspraken met u voor nacontroles. Deze controles zijn jaarlijks totdat uw kind is uitgegroeid. Meestal is dat bij 17 of 18 jaar. Als u vragen heeft of merkt dat de situatie bij uw kind verandert, is de kinderorthopeed uw aanspreekpunt.

NB1. Een operatie is bijna nooit nodig, ook niet bij een klompvoet met een hoge classificatie/score. Bij een ernstige klompvoet moeten de ouders er rekening mee houden dat de behandeling misschien langer duurt. Er is dan ook een grotere kans op (gedeeltelijke) terugval. Het is heel belangrijk dat uw kind tot het vierde jaar de voet-abductie brace blijft gebruiken.

NB2. De behandeling heeft bij een normaal verloop niet of nauwelijks nadelige gevolgen voor de lichamelijke ontwikkeling van uw kind. Hij of zij leert bewegen, lopen en spelen als ieder ander kind. Daarom heeft uw kind geen fysiotherapie nodig.

NB3. Deze filmpjes geven de methode goed weer:

Ook op de website van de Nederlandse Vereniging Klompvoetjes vindt u informatie over de Ponseti-methode.

Rol van de ouders
De veranderingen in de stand van de voet en het onderbeen hebben tijd nodig. De botten, spieren, pezen en gewrichtsbanden moeten zich steeds aanpassen aan de nieuwe stand. Eerst zorgt het gipsverband daarvoor, later de brace. U helpt dit proces door de brace consequent te gebruiken; de eerste 3 maanden dag en nacht, daarna alleen ’s nachts (14 van de 24 uur). Het is belangrijk dat u de brace nauwkeurig aantrekt bij uw kind. Ook is het erg belangrijk dat de brace precies past. Dus als u merkt dat de brace kapot is, dat uw kind blaartjes op de huid krijgt, dat de brace ergens knelt of juist te ruim zit etc, neem dan contact op met de kinderorthopeed.

Een aantal praktische zaken:

  • Het been wordt ingegipst met een gebogen knie. Luiers verschonen blijft gewoon mogelijk.
  • Net aangebracht gips is nat. Het droogt onder andere door de lichaamswarmte van uw kind. Daardoor kan uw kind het koud krijgen.
  • Het gips mag niet nat worden, want dan wordt het zacht. Het kind kan daardoor thuis niet in bad. Op de gipswisseldagen kunt u het kind in het ziekenhuis badderen. Het klompvoetbehandelteam zorgt dat er een kinderbadje is.
  • Na het gipsen kunt u uw kind rustig voeden. Het klompvoetbehandelteam zorgt dat daar gelegenheid voor is.
  • Door het gipsverband zijn eventueel grotere sokken nodig om de ingegipste voeten warm te houden.
  • Ook wijde broeken in een grotere maat maken het aankleden en warmhouden makkelijker.
  • Door het gipsverband is uw kind zwaarder. U kunt de hoogte van de commode en het kinderbedje zo aanpassen dat u zo min mogelijk hoeft te bukken. Zo ontziet u uw rug.
  • Een kind met de benen in het gips past meestal gewoon in een kinderwagen en in een autostoeltje.

Het resultaat 
Een klompvoet geneest niet, maar is wel te corrigeren. De Ponseti-behandeling heeft bij meer dan 90% van de kinderen als resultaat:

  • dat de stand van hun voet(en) neutraal is, plat op de grond
  • dat ze hun voet(en) volledig en pijnloos kunnen belasten
  • dat ze gewone schoenen kunnen dragen
  • dat ze overal aan mee kunnen doen

De meeste kinderen ontwikkelen zich als alle kinderen en kunnen de activiteiten doen die ze willen. Heeft u twijfels bij de voortgang, heeft uw kind pijn of andere klachten, neem dan contact op met de kinderorthopeed.

Heeft u nog vragen?
Als u nog vragen heeft, neem dan contact op met uw arts.

Colofon
Deze folder is gemaakt onder auspiciën van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV), met dank aan de NOV Werkgroep Kinderorthopaedie en met dank aan de Nederlandse Vereniging Klompvoetjes. De inhoud van deze folder is gebaseerd op de medische behandelrichtlijn ‘Richtlijn primaire idiopathische klompvoet’ van de NOV, in samenwerking met de NVK. Deze richtlijn vindt u in de Richtlijnendatabase van de medisch specialisten. Foto’s en filmpjes: Ponseti International Association, A.T Besselaar en M.M.E.H. Witbreuk. 
Deze folder is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Desondanks kan geen enkel recht worden ontleend aan de inhoud hiervan. De NOV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor onjuistheden. Wijzigingen en aanvullingen kunnen op elk moment en zonder voorafgaande aankondiging worden aangebracht. Alle rechten voorbehouden. Copyright © 2014, NOV, ‘s-Hertogenbosch

[Naar boven]