Wellicht bevat dit overzicht van Veelgestelde Vragen ook uw vraag, of misschien geeft het u nieuwe inzichten.
U kunt zoeken op thema.
Thema's:
(1) Aandoeningen
(2) Behandelingen
(3) De orthopedisch chirurg
(4) Operaties
(5) Revalidatie
Wellicht bevat dit overzicht van Veelgestelde Vragen ook uw vraag, of misschien geeft het u nieuwe inzichten.
U kunt zoeken op thema.
Thema's:
(1) Aandoeningen
(2) Behandelingen
(3) De orthopedisch chirurg
(4) Operaties
(5) Revalidatie
Hebt u pijnklachten of kunt u minder soepel bewegen dan normaal, dan kunt u het beste naar uw huisarts gaan.
Wanneer het vermoeden bestaat dat u een aandoening heeft van uw steun- en bewegingsapparaat (botten, gewrichten, spieren en/of pezen), dan kan de huisarts u naar de orthopedisch chirurg verwijzen.
Op deze site kunt u folders over verschillende klachten en aandoeningen inkijken. Deze folders zijn ontwikkeld door de Nederlandse Orthopaedische Vereniging.
(1) Met welke aandoeningen kan ik bij een orthopedisch chirurg terecht?Orthopedisch chirurgen houden zich bezig met aandoeningen van het steun- en bewegingsapparaat.
Het betreft klachten aan botten (bijvoorbeeld breuken, osteoporose, klompvoetjes en aangeboren heupdysplasie bij baby’s), gewrichten (bijvoorbeeld gewrichtsslijtage/artrose, meniscusproblemen) of spieren en pezen (bijvoorbeeld een spierscheuring door een ongeval, of achillespeesklachten bij sporters).
De afwijkingen kunnen aangeboren zijn of later ontstaan door een ongeval of slijtage.
Ook reumatische ziekten (jicht en reumatoïde artritis) kunnen ertoe leiden dat de gewrichtsbeschadiging zodanig is dat een kunstgewricht moet worden geplaatst.
Dus hebt u problemen met bewegen, dan kan de orthopedisch chirurg u wellicht van dienst zijn.
Over een aantal aandoeningen en de bijbehorende behandelingen heeft de Nederlandse Orthopaedische Vereniging folders gemaakt.
(1) Waar vind ik meer informatie over de verschillende aandoeningen van het bewegingsapparaat?Op deze site vindt u veel informatie over de verschillende aandoeningen en mogelijke behandelingen.
De Nederlandse Orthopaedische Vereniging heeft hierover een aantal folders ontwikkeld.
Meer folders zijn in ontwikkeling.
Sommige behandelrichtlijnen hebben alleen betrekking op het handelen van de orthopedisch chirurg.
Dan zijn het de orthopeden zelf die een behandelrichtlijn opstellen.
Dit zijn monodisciplinaire richtlijnen; richtlijnen die betrekking hebben op een specialisme.
Veel vaker zijn meerdere specialismen betrokken bij de diagnose en behandeling van een aandoening.
Dan zijn al deze specialismen betrokken bij het opstellen van de richtlijn.
Het heet dan een multidisciplinaire richtlijn.
Steeds vaker zijn ook patiëntenorganisaties betrokken bij het opstellen van een behandelrichtlijn.
Zij behartigen direct de belangen van de patiënten en maken een vertaalslag van de richtlijnteksten voor patiënten.
Het opstellen van een richtlijn neemt veel tijd in beslag. Vertegenwoordigers van alle betrokken specialismen zetten op een rij wat de wetenschappelijke inzichten zijn met betrekking tot een aandoening. Het gaat dan om kennis over het ontstaan, de oorzaak, de behandeling, revalidatie en preventie.
Uit dit overzicht kan bijvoorbeeld naar voren komen dat op sommige vlakken nog niet voldoende wetenschappelijk inzicht is.
Dat kan aanleiding zijn om nader onderzoek te doen.
Uit het overzicht kan ook naar voren komen dat nieuwe inzichten over de oorzaak van een aandoening vragen om andere behandelmethoden.
Of het overzicht maakt duidelijk dat een nieuwe behandelmethode goed blijkt te werken waarna de richtlijn alle specialisten aanraadt deze methode te gaan toepassen.
Een behandelrichtlijn stelt dus vast wat de wetenschappelijke stand van zaken is.
Op basis van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek geeft de richtlijn aan hoe de huidige handelswijze zou moeten zijn.
Indien het van toepassing is, geeft de richtlijn ook aan welke aanpassingen in handelswijzen wenselijk zijn en op welke termijn deze doorgevoerd zouden moeten worden.
Let wel: elke patiënt is anders en elke situatie is anders.
Het exact volgen van de richtlijn is daarom niet altijd wenselijk.
Uw orthopedisch chirurg geeft u de behandeling die het best bij uw situatie past en moet dit verantwoorden.
Over het algemeen worden alle ziekenhuisopnamen en behandelingen die uw orthopedisch chirurg nodig acht, vergoed vanuit de basisverzekering.
Waar het revalidatie (bijvoorbeeld fysiotherapie) en hulpmiddelen (zoals korset, steunzolen en braces) betreft, is dit niet altijd het geval.
Uw zorgverzekeraar informeert u hierover.
Uw huisarts verwijst u naar de orthopedisch chirurg.
Mocht u bij een ongeval betrokken zijn, dan komt u in een ziekenhuis binnen op de Spoed Eisende Hulp.
Hebt u letsel van botten, gewrichten, spieren en/of pezen, dan kunt u uw eventuele voorkeur voor een orthopedische behandelaar kenbaar maken.
In Nederland worden alle orthopedisch chirurgen breed opgeleid waardoor zij alle patiënten met aandoeningen van het steun- en bewegingsapparaat (botten, gewrichten, spieren en pezen) kunnen beoordelen.
Binnen een ziekenhuis werkt een aantal orthopeden samen.
Zo’n samenwerkingsverband heet een vakgroep of maatschap. Over het algemeen is het zo dat binnen de grotere vakgroepen/maatschappen (vier orthopedisch chirurgen of meer) elke orthopedisch chirurg zich specialiseert in een of meer aandachtsgebieden.
Binnen de kleinere maatschappen is dit vaak niet het geval.
De orthopedie kent de volgende onderdelen of subspecialisaties:
| Schouder/elleboog/pols/hand | - bijvoorbeeld een geïrriteerde slijmbeurs in de schouders, een gescheurde pees in de schouder, tenniselleboog of een beklemming van een zenuw in de pols (carpaal tunnelsyndroom). |
| Heup | - bijvoorbeeld een totale heupprothese, waarbij vooral het vervangen van een prothese (revisie) geldt als een aparte specialisatie. |
| Knie | - bijvoorbeeld een voorste kruisbandreconstructie of een knieprothese. |
| Wervelkolom | - bijvoorbeeld slijtageklachten of aangeboren afwijkingen als scoliose. |
| Voet en enkel | - bijvoorbeeld vergroeiing van de grote teen (hallux valgus) of het vastzetten van het enkelgewricht (arthrodese). |
| Traumatologie | bijvoorbeeld aandoeningen/letsels die zijn ontstaan door een verkeersongeval (botbreuken of peesletsels), maar ook sportblessures (zoals overbelasting en enkelbandletsel). |
| Kinderorthopedie | - dit is de enige specialisatie naar leeftijd. Het betreft bijvoorbeeld de behandeling van klompvoetjes en aangeboren heupdysplasie, en de gevolgen van spier- en stofwisselingsziekten. Deze specialisatie vindt u vooral in de grotere (academische) ziekenhuizen, hoewel ook in de ‘kleinere’ ziekenhuizen orthopedisch chirurgen zijn met specifieke belangstelling voor kinderorthopedie. |
Het is altijd mogelijk een tweede mening (second opinion) te krijgen.
Wanneer uw behandelend arts twijfelt over de diagnose en een collega om advies wil vragen, zal hij ervoor zorgen dat u zo snel mogelijk bij zijn collega terecht kunt.
Hebt u behoefte aan een tweede mening, dan kunt u zelf een afspraak maken met een tweede orthopedisch chirurg.
Dit verloopt in de regel via uw huisarts.
Voor wat betreft de vergoeding: in beginsel heeft iedereen vanuit de basisverzekering recht op vergoeding van een second opinion, maar er gelden wel beperkingen.
Meer informatie vindt u op de website van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: www.kiesbeter.nl/Zorgverzekeringen.
Vanuit het ziekenhuis krijgt u informatie over de operatie: wat er gaat gebeuren en hoe.
U krijgt ook instructies om u op de operatie voor te bereiden, bijvoorbeeld dat u na een bepaalde tijd niet meer mag eten en alleen nog water mag drinken.
Wellicht bent u zenuwachtig voor de operatie is.
Probeer u zo goed mogelijk te ontspannen door op tijd aanwezig te zijn en bijvoorbeeld wat te lezen.
Voor veel operaties is een dagopname voldoende.
Soms is een opname van een nacht nodig en slechts bij grote operaties blijft u meer dan een nacht in het ziekenhuis.
Ook over deze opnamen heeft het ziekenhuis informatie voor u.
In zijn algemeenheid geldt overigens dat stoppen met roken een uitstekende voorbereiding is op een operatie.
Roken heeft een negatieve invloed op de verdoving/narcose en heeft bovendien een negatieve invloed op het herstel na de operatie.
In eerste instantie is de revalidatie erop gericht de wond zo goed mogelijk te laten herstellen.
U kunt hierbij denken aan het voorkomen en verminderen van zwelling en pijn.
Dit betekent niet dat u absolute rust moet houden. In tegendeel zelfs.
Na een operatie is het resultaat vrijwel altijd dat u ‘oefenstabiel’ bent en actief met uw revalidatie aan de gang kunt.
Indien mogelijk bent u zelfs ‘belastingstabiel’ en kunt u bijvoorbeeld uw been meteen (met mate) belasten.
Wanneer de genezing voorspoedig verloopt, zal de revalidatie zich er steeds meer op richten dat u weer zoveel mogelijk activiteiten kunt gaan doen.
In deze fase leert u bijvoorbeeld omgaan met hulpmiddelen.
De revalidatie is afhankelijk van de ingreep en verschillende zorgprofessionals kunnen u erbij ondersteunen.
De fysiotherapeut, bijvoorbeeld, of de ergotherapeut.
Bij een omvangrijke revalidatieperiode is vaak een revalidatiearts betrokken.
Uw orthopedisch chirurg informeert u voorafgaand aan een operatie over wat u kunt verwachten van de revalidatie.
Basisinformatie over de revalidatie na operaties vindt u ook in de folders van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging.
(5) Wie kan mij bij de revalidatie begeleiden?Dit ligt aan de aandoening, de ingreep en uw werk.
Wanneer u zich houdt aan het revalidatieplan, kunt u zo snel mogelijk weer op een verantwoorde manier aan het werk.
Het is overigens de bedrijfsarts die bepaalt of u weer aan het werk moet.
Uw orthopedisch chirurg adviseert hierover aan de bedrijfsarts.
Dit ligt aan de aandoening, de ingreep en uw sport.
Wanneer u zich houdt aan het revalidatieplan, kunt u zo snel mogelijk weer op een verantwoorde manier sporten.
Een sportarts en (sport)fysiotherapeut kunnen u hierbij begeleiden.