Revalidatie

In eerste instantie is de revalidatie erop gericht de wond zo goed mogelijk te laten herstellen.
U kunt hierbij denken aan het voorkomen en verminderen van zwelling en pijn.
Dit betekent niet dat u absolute rust moet houden. In tegendeel zelfs.
Na een operatie is het resultaat vrijwel altijd dat u ‘oefenstabiel’ bent en actief met uw revalidatie aan de gang kunt.
Indien mogelijk bent u zelfs ‘belastingstabiel’ en kunt u bijvoorbeeld uw been meteen (met mate) belasten.

Wanneer de genezing voorspoedig verloopt, zal de revalidatie zich er steeds meer op richten dat u weer zoveel mogelijk activiteiten kunt gaan doen.
In deze fase leert u bijvoorbeeld omgaan met hulpmiddelen.

De revalidatie is afhankelijk van de ingreep en verschillende zorgprofessionals kunnen u erbij ondersteunen.
De fysiotherapeut, bijvoorbeeld, of de ergotherapeut.
Bij een omvangrijke revalidatieperiode is vaak een revalidatiearts betrokken.
Uw orthopedisch chirurg informeert u voorafgaand aan een operatie over wat u kunt verwachten van de revalidatie.

Afhankelijk van de ingreep en de benodigde revalidatie kunt u begeleiding krijgen van bijvoorbeeld een revalidatiearts, fysiotherapeut en/of ergotherapeut.

Dit ligt aan de aandoening, de ingreep en uw werk.
Wanneer u zich houdt aan het revalidatieplan, kunt u zo snel mogelijk weer op een verantwoorde manier aan het werk.

Het is overigens de bedrijfsarts die bepaalt of u weer aan het werk moet.
Uw orthopedisch chirurg adviseert hierover aan de bedrijfsarts.

Dit ligt aan de aandoening, de ingreep en uw sport.
Wanneer u zich houdt aan het revalidatieplan, kunt u zo snel mogelijk weer op een verantwoorde manier sporten.
Een sportarts en (sport)fysiotherapeut kunnen u hierbij begeleiden.